Nieuws

Vergunningvrij bouwen creatief ‘buitenspel’ zetten

Een klassiek conflict in ons omgevingsrecht. In het geding is een bestemmingsplan voor woningbouw. Aangrenzend ligt een glastuinbouwbedrijf. De ondernemer vreest dat de komst van de nieuwe woningen zijn bedrijfsvoering zal belemmeren. De afstand tussen de voorziene woningen en zijn bedrijf is namelijk maar klein.

“Het bestemmingsplan sluit niet uit dat er binnen 10 m. vanaf mijn bedrijf gebouwd kan worden.” Aldus de bezorgde ondernemer.

Bepalend in dit conflict is de richtafstand van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ tussen enerzijds de grens van de bestemming van het glastuinbouwbedrijf en anderzijds de uiterste situering van de gevels van de nieuwe woningen die volgens het bestemmingsplan of – en nou komt ie – via vergunningvrij bouwen mogelijk is (ABRvS 3 juli 2019, nr. 201806978/1/A1).

De afstand tussen het bedrijf en de nieuwe woningen voldoet. Daar zit het probleem niet. Het probleem zit ‘m in het vergunningvrij bouwen in de achtertuinen van de nieuwe woningen.

Wanneer – bijvoorbeeld – een nieuw tuinhuisje bij een van de nieuwbouwwoningen voldoet aan alle voorwaarden van het Besluit omgevingsrecht (artikel 2, derde lid, bijlage II Bor), kan in die achtertuin van deze nieuwbouwwoning gewoon vergunningvrij dat tuinhuisje worden gebouwd.

Tenzij het bestemmingsplan op een of andere manier verbiedt die achtertuin, dit ‘achtererfgebied’ (in de zin van artikel 1, eerste lid, bijlage II Bor) in te richten ‘ten dienste van’ die nieuwbouwwoning. En daar ligt de sleutel van de oplossing in dit conflict.

Voor het antwoord op de vraag of het perceelgedeelte waarop dat tuinhuisje staat tot het achtererfgebied behoort, is het immers van belang of dit achtererfgebied kan worden aangemerkt als ‘erf’ (in de zin van artikel 1, eerste lid, bijlage II Bor). En dat is dus – als je kijkt naar de definitie van ‘erf’ – niet zo wanneer het bestemmingsplan de ‘inrichting (zoals een tuinhuisje) ten dienste van het gebruik’ van die woning verbiedt.

Creatief

Hoe je dat doet? Nou, je kunt voor de stroken grond waar je vergunningvrij bouwen wil weren, ervoor kiezen om een andere bestemming aan deze stroken grond toe te kennen. Op die manier kun je garanderen dat de gronden niet als erf in de zin van het Bor worden aangemerkt.

Maar je mag dit ook op een andere manier waarborgen. Wees creatief. De wet heeft nergens voorgeschreven hoe je dat doet.
In deze zaak kiest de gemeenteraad ervoor om de stroken grond waar vergunningvrij bouwen geweerd moest worden, dit met een bouwaanduiding (“specifieke bouwaanduiding uitgesloten – voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken”) te regelen. Op de gronden met deze bouwaanduiding, mogen bijbehorende bouwwerken niet worden gebouwd en in gebruik worden genomen voor bewoning. Daarmee kunnen deze gronden niet worden aangemerkt als ‘erf’ in de zin van artikel 1, eerste lid, van Bijlage II bij het Bor. Het betreffende perceelgedeelte kan, nu het geen erf betreft, evenmin als ‘achtererfgebied’ als bedoeld in die bepaling worden aangemerkt.

Concreet geval

Maar mag je zomaar vergunningvrij bouwen aan banden leggen? Nee, wel kan in een concreet geval, wanneer locatie-specifieke omstandigheden hiertoe aanleiding geven en dit strekt tot een goede ruimtelijke ordening, een planregeling worden opgenomen die vergunningvrij bouwen aan banden legt. Motiveer dit dan ook in de toelichting van het bestemmingsplan.

Zo was de inperking van vergunningvrij bouwen in deze zaak noodzakelijk in verband met locatie-specifieke omstandigheden. De raad wilde immers voorkomen dat de werkelijke afstand tussen de woningen en de perceelgrens van het bedrijf van appellante minder dan 10 meter wordt. Deze afstand geldt ter voorkoming van hinder door geluid, gevaar en licht en volgt uit de VNG-brochure.

Zowel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als het voorkomen van beperkingen van de bedrijfsvoering van appellante rechtvaardigde daarom de gekozen planregeling om vergunningvrij bouwen te beperken.

Een klassiek conflict, creatief opgelost met een niet orthodoxe manier van bestemmen.

Bron: ABRvS 17 juni 2020, nr. 201909275/1/R3

Frank HabrakenVergunningvrij bouwen creatief ‘buitenspel’ zetten