Nieuws

Jurisprudentie over beoordeling belanghebbendheid aanvrager omgevingsvergunning ‘bouwen’ nu ook van toepassing op ‘gebruik’

Ben je aanvrager voor een omgevingsvergunning, dan ben je (in principe) direct belanghebbende. Maar wat nu wanneer een huurder van een bedrijfspand dat pand wil verbouwen? Of je buurman is een grappenmaker en dient een aanvraag in om in jouw tuin een grote schuur te bouwen?

Rotsvaste jurisprudentie had en heeft hier altijd een antwoord op. Tot nu toe hadden deze zaken allemaal betrekking op ‘bouwen’. Maar nu wordt deze standvastige koers van de Afdeling ook toegepast op het ‘wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken’.

‘Standvastig’

Nou ja, ‘standvastig’. De koers is vanaf 2017 iets gewijzigd. Voorheen zag je in de rechtspraak dat de aanvrager van een omgevingsvergunning als belanghebbende wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk is dat het bouwplan ‘nimmer’ kan worden verwezenlijkt.

Nimmer. Nooit dus. Dit had vaak tot gevolg dat de aanvrager toch als belanghebbende werd aangemerkt, ook al had de eigenaar geen toestemming gegeven voor het bouwplan. De Afdeling was destijds immers van mening dat die toestemming op enig moment toch wel zou kunnen komen, bijvoorbeeld na een civiele procedure. B&W moesten dus gewoon een besluit nemen op de aanvraag (zie bijvoorbeeld ABRvS 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:375).

Later heeft de Afdeling voor een lichtere variant gekozen. Nu moet het aannemelijk zijn dat het bouwplan ‘niet’ kan worden verwezenlijkt (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2002).

Wanneer de eigenaar van een bedrijfspand dus niet blij is met de bouwplannen van zijn huurder, dan kan hij snel een einde maken aan de vergunningprocedure door geen toestemming te geven. Dan is de huurder geen belanghebbende en kan zijn verzoek om een omgevingsvergunning niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling beoordeelt dus (wanneer daarover discussie bestaat natuurlijk) strenger of de aanvrager om een omgevingsvergunning het bouwplan kan realiseren.

Nieuw

Maar afgelopen week heeft de Afdeling bepaald dat deze vaste rechtspraak ook van toepassing is op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ‘wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken.’ Dat is nieuw. Maar het ligt wel (geheel) in lijn met de vaste rechtspraak over de omgevingsvergunningen voor ‘bouwen’.
In het geding was een aanvraag van Retailplan om een bedrijfspand te mogen gebruiken voor detailhandel. De bestemming was echter beperkt tot een ‘bouwmarkt’. Retailplan had daarom een omgevingsvergunning nodig om het bedrijfspand in afwijking van het bestemmingsplan te mogen gebruiken.

“Maar in het bedrijfspand zit een Praxis. Retailplan mag dan wel een toestemming van de eigenaar van het pand hebben voor het doen van een aanvraag, maar Praxis is helemaal niet van plan te verhuizen. Het aangevraagde gebruik voor detailhandel kan daarom niet worden verwezenlijkt!” Aldus B&W.
Maar de Afdeling gaat hier niet in mee. Eerst verklaart de Afdeling de eerdergenoemde rotsvaste jurisprudentie van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken. Weet U nog? Een aanvrager om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt in beginsel verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op de door hem ingediende aanvraag. Dit is anders indien aannemelijk is gemaakt dat het bouwplan ‘niet’ kan worden verwezenlijkt.
Weliswaar is er op dit moment ook een Praxis gevestigd, maar de eigenaar van het gebouw heeft ingestemd met het doen van de aanvraag. De Afdeling is daarom van mening dat zich hier niet de situatie voor doet dat een wijziging van het gebruik niet kan worden verwezenlijkt. RetailPlan is daarom belanghebbende bij haar aanvraag.

Bron: ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:616

Frank HabrakenJurisprudentie over beoordeling belanghebbendheid aanvrager omgevingsvergunning ‘bouwen’ nu ook van toepassing op ‘gebruik’