Nieuws

Zelfstandige gebruikswijziging van een bij een bouwwerk aansluitend terrein kan met een kruimelgeval

Een stukje geschiedenisles van de Raad van State over kruimelgevallen. De zaak gaat over het volgende. In 2014 heeft een kantoorpand met een omgevingsvergunning een hotelfunctie gekregen. De eigenaar van het hotel wil nu de tuin aan de achterzijde van het hotel als terras in gebruik nemen.

De vraag die nu voorligt: kan dit met een ‘kruimelgeval’ (in de zin van artikel 4, bijlage II Besluit omgevingsrecht) worden verleend? Of valt dit initiatief buiten de kruimelgevallenlijst en moet er dus een omgevingsvergunning worden verleend voor een ‘grote’ afwijking van het bestemmingsplan? Het maakt qua kosten, tijd en motiveringsverplichtingen toch wel wat uit natuurlijk.

Handig
De discussie gaat over het kruimgeval van artikel 4, negende lid van bijlage II Besluit omgevingsrecht: ‘het gebruiken van bouwwerken en van bij die bouwwerken aansluitend terrein.’

B&W en de rechtbank zijn van mening dat dit kruimgeval niet hiervoor is bedoeld. Uit de wetsgeschiedenis van de kruimelgevallen volgt immers dat een nieuw gebruik op een bepaalde locatie niet onder de reikwijdte van dat artikel valt. En de rechtbank vindt dat het ‘in gebruik nemen van de tuin als terras een nieuw met het bestemmingsplan strijdig gebruik van dat perceel is.’

Vervolgens geeft de Raad van State ‘geschiedenisles’. Het Besluit omgevingsrecht is immers in 2014 gewijzigd. Hiermee werd de reikwijdte van de kruimelgevallenregeling vergroot. Op die manier kunnen meer aanvragen met de reguliere voorbereidingsprocedure (en dus sneller) worden afgewikkeld.

Wanneer er een nieuw hoofdgebouw wordt gebouwd of er is sprake van nieuw gebruik op een locatie, dan is er (globaal beschouwd) geen sprake van een kruimelgeval. Voor uitbreidingen van en gebruikswijzigingen binnen al bestaande hoofdgebouwen en bijbehorende percelen geldt echter dat er wel sprake is van een kruimelgeval.

Ook zijn er in 2014 een paar redactionele aanpassingen doorgevoerd bij het kruimelgeval van artikel 4, negende lid, bijlage II Besluit omgevingsrecht. In dit artikel is nu expliciet tot uitdrukking gebracht dat onder de reikwijdte van dit kruimelgeval niet alleen valt het desbetreffende bouwwerk, maar ook ‘het daarbij aansluitend terrein.’

Dat is wel handig natuurlijk. Anders zou er een situatie kunnen ontstaan dat een bouwwerk na de gebruikswijziging feitelijk onbruikbaar is, omdat het aansluitend terrein niet ten behoeve van dat bouwwerk mag worden gebruikt. Op die manier wordt de toegang tot het bouwwerk immers verhinderd. Met de aanpassing van dit kruimelgeval staat niet meer ter discussie dat het aansluitend terrein onder de reikwijdte van dit kruimelgeval valt.

Onzin
Met de aanvraag om de tuin achter het hotel als terras in gebruik te nemen, is een nieuw gebruik op deze locatie niet aan de orde. Er is immers sprake van een ‘gebruikswijziging van het bij het hotel behorende aansluitend terrein.’ En dat valt onder het bereik van artikel 4, negende lid, bijlage II Besluit omgevingsrecht.

B&W betogen nog dat dit artikel slechts van toepassing is op de wijziging van het gebruik van een aansluitend terrein, indien dit samengaat met een wijziging van het gebruik van het bouwwerk waar dat terrein op aansluit.

De Raad van State vindt dit ‘vrij vertaald’ onzin. Dit laat zich niet rijmen met het doel van de redactionele wijziging van dit kruimelgeval. Een zelfstandige gebruikswijziging van een bij een bouwwerk aansluitend terrein is dus wél mogelijk. Ook als het gewenste gebruik van dat bouwwerk al is vergund (zoals in deze zaak).

Bron: ABRvS 20 februari 2019, nr. 201800595/1/A1

Frank HabrakenZelfstandige gebruikswijziging van een bij een bouwwerk aansluitend terrein kan met een kruimelgeval