Nieuws

Beslis op een bouwaanvraag zoals die in volle omvang is ingediend

Wanneer je als vergunningverlener (namens B&W) een beslissing moet nemen op een bouwaanvraag, beslis dan op de aanvraag zoals die in volle omvang is ingediend. Zeker wanneer er in de aanvraag geen enkele beperking is opgenomen.

Logisch, zou je zeggen. Maar kennelijk kan hier nog wel eens een discussie over ontstaan.

Actueel voorbeeld
Een (actueel) voorbeeld: een hotel heeft aan de voorzijde een mooi terras. Een overdekt terras voor de gasten zou wel fijn zijn. Zo gezegd, zo gedaan. De gewenste overkapping wordt geplaatst. Zonder vergunning. Dit leidt tot een handhavingszaak.

Om de boel toch te legaliseren dient het hotel een aanvraag in voor een overkapping waarbij aan drie zijden rolschermen worden geplaatst, behalve aan de achterkant die aansluit op het hotel. Ook wordt het terras rondom voorzien van scheidingswanden tot één meter hoog.

B&W zijn echter van mening dat wanneer de schermen zijn uitgerold, er een geheel met wanden omsloten ruimte ontstaat. En zie hier: het aangevraagde bouwwerk is een ‘gebouw’ in de zin van het bestemmingsplan: ‘elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.’ In feite dus de standaard-begripsbepaling voor het begrip ‘gebouw’.

Aangezien de overkapping als een ‘gebouw’ wordt gezien, is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan. Volgens dit plan mag een gebouw namelijk niet buiten het bouwvlak worden gebouwd. En het college van B&W voelt er niets voor om van dit bestemmingsplan af te wijken.

Argument
Het hotel probeert de overkapping nog te redden. “Volgens vaste jurisprudentie is er slechts sprake van een ‘gebouw’ indien meer dan de helft van het bouwwerk door wanden wordt omsloten. En dat is hier niet het geval, aangezien de wanden slechts één meter hoog zijn en de rolschermen alleen worden opgehangen als ze daadwerkelijk gebruikt worden en bovendien in dat geval altijd aan slechts één zijde.”

De rechtbank ziet niets in dit argument. De ingediende aanvraag ziet immers niet op de plaatsing van één rolscherm aan één zijde, maar op de plaatsing van rolschermen aan drie zijden van de overkapping behalve aan de achterkant die aansluit op het hotel. De bereidheid van het hotel om in overleg te treden met het college over aanpassing van het bouwplan, maakt dit niet anders. Het college diende gewoon te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend en die voorziet in rolschermen aan drie zijden.

Kortom, B&W moeten de aangevraagde overkapping in volle omvang beoordelen, dus met de uitgerolde schermen aan drie zijden (zie ook ABRvS 10 december 2014, nr. 201400501/1/A4).

De stelling van het hotel, dat slechts één scherm tegelijkertijd zal zijn uitgerold en alleen als dat scherm daadwerkelijk wordt gebruikt, gaat niet op. Deze beperking is namelijk niet in de aanvraag opgenomen. En wanneer de schermen zijn uitgerold, ontstaat een geheel met wanden omsloten ruimte. Daarmee heeft de aanvraag betrekking op een gebouw als bedoeld in het bestemmingsplan.

Kneuterdijk
Het hotel laat het er niet bij zitten en gaat naar de Kneuterdijk (Raad van State dus). Dit blijkt echter een kansloze missie te zijn. Onze hoogste bestuursrechter veegt het hoger beroep resoluut van tafel.

“Maar hoe moeten we dan onze gasten op het terras afschermen tegen de wind?” Aldus het hotel. De Afdeling denkt mee en zegt vervolgens: “Nou, B&W hebben al tijdens de zitting gezegd dat bepaalde voorzieningen mogelijk zijn. Zolang die voorzieningen maar niet leiden tot een gebouw.”

Bron: ABRvS 22 augustus 2018, nr. 201708329/1/A1

Frank HabrakenBeslis op een bouwaanvraag zoals die in volle omvang is ingediend