Nieuws

Baanbrekende afweging voor ruimtelijke besluiten over geitenhouderijen en volksgezondheid

Volksgezondheid en geitenhouderijen. We weten sinds kort dat er een statistisch verband bestaat tussen het wonen binnen 2 km van een geitenhouderij en een extra risico op longontsteking (zie immers de RIVM-rapporten “Veehouderij en Gezondheid Omwonenden). Maar we weten nog niet waardoor deze toename van longontstekingen wordt veroorzaakt. Dit wordt nu nog onderzocht.

Het is daarom op dit moment zeer moeilijk (zo niet onmogelijk) om een goede inschatting te maken van de gezondheidsrisico’s voor de omgeving van een geitenhouderij. En daarmee om te beoordelen of met (bijvoorbeeld) een aangevraagde uitbreiding van een geitenhouderij een goed woon- en leefklimaat voor diezelfde omgeving kan worden gegarandeerd.

Onduidelijkheid
Maar wat doe je in de tussentijd dan met die aanvraag voor een omgevingsvergunning die een uitbreiding van een geitenhouderij (ruimtelijk-juridisch) mogelijk moet maken? Je mag deze alleen weigeren in het belang van de wettelijke eis van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

En juist die ‘onduidelijkheid’ over de gevolgen van geitenhouderijen voor de volksgezondheid biedt nu kennelijk toch een mogelijkheid om zo’n uitbreiding van een geitenhouderij een halt toe te roepen. De Afdeling bepaalde gisteren namelijk dat je binnen het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ de volgende afweging mag maken: “Zolang gezondheidsrisico’s niet kunnen worden ingeschat, kan met een uitbreiding van een geitenhouderij geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.”

Kortom, je mag dan weigeren om een omgevingsvergunning te verlenen.

Lijntje
Deze uitspraak ging over een geweigerde verklaring van geen bedenkingen voor een ‘grote’ afwijking in de zin van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook zo’n verklaring van geen bedenkingen mag immers alleen worden geweigerd in het belang van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (artikel 6.5, tweede lid Besluit omgevingsrecht).

Als je dit ‘lijntje’ van deze uitspraak doortrekt, dan kun je de bovenstaande (baanbrekende?!) afweging ook gebruiken bij andere ruimtelijke besluiten die worden aangevraagd voor geitenhouderijen (zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen). Tenzij er natuurlijk provinciaal een ‘geitenmoratorium’ is afgekondigd (zoals in Brabant). Dan kun je de weigering via die ‘band’ spelen natuurlijk.

En waarom deze afweging ook niet met de zogenaamde ‘omgekeerde werking’ van een ruimtelijk besluit toepassen? Dus wanneer er een aanvraag voor woningbouw in die 2 km wordt ingediend, dan kun je toch op grond van diezelfde ‘goede ruimtelijke ordening’ die bewuste afweging maken? Voor de nieuwe bewoners in die omgeving kun je als college (of bij een bestemmingsplan: als raad) immers toch ook geen goed woon- en leefklimaat garanderen?

Bron: ABRvS 4 juli 2018, nr. 201704609/1/A1

Frank HabrakenBaanbrekende afweging voor ruimtelijke besluiten over geitenhouderijen en volksgezondheid