Nieuws

Boerenverstand is een groot goed in onze ruimtelijke besluitvorming

Je boekt een weekje een kampeerplaats op de camping “Rust en ontspanning”. Na een periode hard werken wil je met je gezin genieten van alles wat deze camping en zijn omgeving te bieden heeft. En als je de brochure van de camping mag geloven, zit dat wel goed. De camping gaat prat op zijn kernwaarden: ‘stilte, rust, duisternis en privacy.’

Bij aankomst zie je dat de camping direct grenst aan een natuurpoort die onlangs een nieuwe entree naar het achterliggende natuurgebied heeft gerealiseerd. “Mooie match toch? Een camping naast een natuurpoort,” denk je nog bij jezelf.

Vervolgens vertelt de exploitant dat jouw kampeerplaats lekker in een uithoekje van de camping ligt. Nou, het kan niet op! Met die kernwaarden ‘stilte, rust, duisternis en privacy’ zit het dus wel goed.

Mooie match
Al gauw blijkt echter dat de jou toegewezen plek inderdaad direct grenst aan de natuurpoort, maar diezelfde natuurpoort heeft ook een groot parkeerterrein en daarnaast een gezellig, maar behoorlijk terras. En laat dat parkeerterrein nou juist tegen jouw kampeerplaats aanliggen. Je hoeft nog net niet de haringen van je tent door het asfalt van het parkeerterrein te doorboren.

En tot overmaat van ramp ligt het ‘gezellige’ terras ook niet ver van je kampeerplaats. Hoezo ‘stilte, rust, duisternis en privacy’?

Vogelvrij
Gelukkig stak de Raad van State een stokje voor het bovenstaand scenario. Een scenario, daadwerkelijk bedacht door een natuurpoort, niet onderzocht of dit wel zo’n verantwoorde keuze is en vervolgens toch vastgesteld in een bestemmingsplan. Alleen de camping tekende beroep aan en de Raad van State gaf de camping natuurlijk gelijk.

De Raad van State constateerde dat het bestemmingsplan er niet in de weg stond aan de zijde van het plangebied dat direct grenst aan het kampeerterrein van de camping terrassen te exploiteren of een parkeerplaats aan te leggen.

Dat een kampeerterrein geen gevoelig object is als bedoeld in de Wet geluidhinder of Wet milieubeheer, maakt natuurlijk niks uit. Dat betekent natuurlijk nog niet dat een kampeerterrein vogelvrij is!

Een bestemmingsplan moet immers voldoen aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. Daarom moeten ook kampeerplaatsen worden beschermd tegen geluidhinder. Als je immers een vakantie boekt op een camping, dan mag je immers een nachtverblijf verwachten, waar rust en ontspanning voor een langere tijd de boventoon voeren (hoewel er natuurlijk ook campings zijn waarvoor dit wat minder geldt 😉

Onzorgvuldig
Er is dus sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven op het kampeerterrein (nachtverblijf). En de gemeenteraad was hiermee onzorgvuldig omgesprongen.

Er lag bij het bestemmingsplan géén akoestisch onderzoek naar de gevolgen van de in het plan mogelijk gemaakte terrassen en parkeervoorzieningen voor het woon- en leefklimaat op het kampeerterrein. Ook was er geen enkele afweging of in verband met deze gevolgen een minimumafstand in de planregels nodig was.

O ja, dit verhaal geldt ook voor recreatiewoningen. Die zijn ook niet vogelvrij wanneer het gaat om geluidhinder (ABRvS 29 januari 2014, nr. 201304510/1/R1).

Bekijk als initiatiefnemer en als gemeente dan ook wat je beoogde bestemmingsplan maximaal mogelijk maakt (of niet in de weg staat). En wat betekent dit voor de (directe) omgeving? Ga met die omgeving in gesprek, onderbouw je keuzes in je plan en maak natuurlijk een goeie afweging. En indien hieruit blijkt dat er een minimale afstand noodzakelijk is, borg dit dan in de planregels.

Kortom, (inderdaad) met een beetje boerenverstand kom je al een heel eind in onze ruimtelijke besluitvorming.

Bron: ABRvS 8 november 2017, nr. 201609544/1/R2

Frank HabrakenBoerenverstand is een groot goed in onze ruimtelijke besluitvorming