Nieuws

Hoe (een deel van) je ‘waardevolle’ tuin het speelplezier van je kinderen kan vergallen

Voor je lieve kinderen heb je in je achtertuin een speelhut op palen in elkaar gezet (dit is duidelijk geen autobiografische blog 😉

Onschuldig toch? Alleen je buurman denkt daar anders over. Hij dient bij B&W een verzoek tot handhaving in. Het college constateert dat je de speelhut illegaal hebt gebouwd. Zonder omgevingsvergunning.

“Belachelijk! Mijn hele perceel heeft een woonbestemming. De speelhut staat daarmee op mijn (achter)erf. Ik heb daarom helemaal geen vergunning nodig.” Aldus je dappere poging om de speelhut voor je kinderen te redden.

Opvallend

Maar het mag niet baten. De speelhut ligt weliswaar op je woonbestemming, maar in de directe nabijheid van de speelhut staat ook een waardevolle boom. En de gemeente wil deze boom graag behouden. In het bestemmingsplan is daarom hiervoor een dubbelbestemming “Waarde – Waardevolle boom” opgenomen. Met een dubbelbestemming zegt de planwetgever dat de betrokken gronden ook een ander planologisch doel dienen.

En wanneer deze dubbelbestemming ook nog eens is voorzien van een bouwverbod en een aanlegvergunningstelsel, dan is daarmee het lot bezegeld. Je kunt dit deel van het perceel niet gebruiken en feitelijk inrichten voor je woning (ook al is er zelfs nog een afwijkingsbevoegdheid voor dit bouwverbod opgenomen).

Je kunt dan ook niet meer spreken van een ‘erf’ en dus ook niet van een ‘achtererf’ in de zin van artikel 2, derde lid bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor).

Conclusie: voor de speelhut had je inderdaad een omgevingsvergunning nodig.

Opvallend in deze uitspraak was/is overigens dat geen enkele partij in deze zaak (zelfs de Raad van State niet) verwijst naar die andere vergunningvrije mogelijkheid om je kinderen een groot plezier te doen: een speeltoestel in de zin van artikel 2, elfde lid bijlage II Bor.

Maar dit speeltoestel is alleen een vergunningsvrij speeltoestel, wanneer dit toestel ‘uitsluitend functioneert met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.’ Kennelijk was hier in deze zaak geen sprake van (of de speelhut was ietsje hoger dan 2,5 m.), zodat in deze zaak alleen ter discussie stond of de ‘speelhut’ een vergunningvrij bijbehorend bouwwerk was (ex artikel 2, derde lid bijlage II Bor).

Bestemmingsplantoetsers

Voor de bestemmingsplantoetsers onder ons: wanneer een tuinhuis, een speelhut of een ander een bijbehorend bouwwerkje in een woonbestemming ligt, trek dan niet te gauw de conclusie dat dit bouwwerkje vergunningvrij is.

Kijk ook goed of er op de woonbestemming dubbelbestemmingen of aanduidingen liggen die bepaalde ‘waarden’ in dit gebied beschermen. Wanneer die waarden dan in de regels van het bestemmingsplan voorzien zijn van een bouwverbod en een aanlegvergunningstelsel (zelfs alleen een aanlegvergunningstelsel is voldoende, aldus ABRvS 10 juli 2013, nr. 201209655/1/A1), dan is het bouwwerkje vergunningplichtig.

Bron: ABRvS 29 november 2017, nr. 201608055/1/A1

Frank HabrakenHoe (een deel van) je ‘waardevolle’ tuin het speelplezier van je kinderen kan vergallen