Nieuws

Niet alleen een cultuurhistorisch pand, maar ook de ligging van dit pand kan bepalend zijn voor een monumentenstatus

Je wil (namens het college) de cultuurhistorische staat van een boerderij beschermen door deze agrarische woning als gemeentelijk monument aan te wijzen.

Waarom? Nou, omdat dit erfgoed een zichtbaar en tastbaar spoor is uit het verleden in het heden. Dit erfgoed ‘vertelt’ een verhaal dat van generatie op generatie wordt overgedragen. Daarom wil je zo’n erfgoed in stand houden.

Hierbij heb je veel beslissingsruimte. Een rechter toetst namelijk niet of hij deze woning ook als monument zou hebben aangewezen. Nee, de rechter toetst alleen of het college in alle redelijkheid dit besluit heeft kunnen nemen (ABRvS 8 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9758).

In deze zaak ligt de woning in een ongerept poldergebied. Sinds de inpoldering in de middeleeuwen is het gebied nauwelijks veranderd. Dit poldergebied is daarom aangewezen als cultuurhistorisch kroonjuweel en maakt deel uit van een historisch bebouwingslint.

Op een kaart uit 1570 blijkt zelfs dat de (voorganger van de) boerderij al aanwezig was. De ligging herinnert aan de ontwikkelings- en bewoningsgeschiedenis van het agrarisch cultuurlandschap in dit gebied.

“Prachtig allemaal, maar wat heeft dit poldergebied te maken met mijn boerderij? Ik zit niet te wachten op deze monumentenstatus! Bovendien zijn andere woningen in hetzelfde gebied ook niet als monument aangewezen” Aldus de appellant.

Helaas (voor de appellant). Bij de beoordeling van de monumentale waarde van een pand mag de ‘ligging’ in aanmerking worden genomen. Het gaat dan niet om de omgeving zelf, maar om de samenhang daarvan met het pand. Dit wordt nog eens onderstreept door het feit dat andere woningen in hetzelfde gebied niet als monument zijn aangewezen.

Bron: ABRvS 1 november 2017, nr. 201505864/3/A2

Frank HabrakenNiet alleen een cultuurhistorisch pand, maar ook de ligging van dit pand kan bepalend zijn voor een monumentenstatus