Nieuws

Een paar tips voor vergunningverleners wanneer een initiatief op een simpel A-4’tje wordt ingediend

Krijg je als vergunningverlener een simpel A-4’tje van een initiatiefnemer op je bureau, neem dan de volgende tips ter harte.

Pijnlijk

“Een simpel A-4’tje? Dus geen formeel aanvraagformulier? Dan is het toch ook geen aanvraag om een omgevingsvergunning?”

Neen! Een aanvrager hoeft geen gebruik te maken van het welbekende aanvraagformulier.

Natuurlijk, wanneer de aanvrager ervoor kiest om de aanvraag niet digitaal in te dienen, dan moet de aanvrager gebruik maken van het voorgeschreven aanvraagformulier. Dat zijn nu eenmaal de indieningsvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning (artikel 4:2 Besluit omgevingsrecht).

Maar wanneer de aanvrager zijn plannen op (bijvoorbeeld) een A-4’tje indient, kan er evengoed sprake zijn van een aanvraag (zie ook ABRvS 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1684 en onder de Woningwet in ABRvS 8 augustus 2007, nr. 200608119/1).

En wanneer het gaat om een van de Wabo-activiteiten die (via de reguliere procedure) een fatale termijn kennen, zou een verkeerde inschatting nog wel eens pijnlijk kunnen uitpakken. Denk hierbij aan de activiteit bouwen, maar ook aan de ‘planologische kruimelgevallen’.

Overigens wordt het een keer tijd dat de ‘kruimelgevallen’ van artikel 4, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht een andere officieuze naam krijgen. Wanneer je bedenkt wat je allemaal met deze ‘kruimelgevallen’ tegenwoordig kunt realiseren, dan is deze benaming toch misplaatst te noemen.

Kijk kritisch

Terug naar de wijze van aanvragen. Je hebt als vergunningverlener het A-4’tje voor je liggen. Kijk dan kritisch of hierin een verzoek aan B&W (of een ander bevoegd gezag) staat om een besluit te nemen.

Zo ja, dan moet dit verzoek ‘voldoende concreet’ zijn. Het moet ondubbelzinnig zijn dat er een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.

Daar is niet gauw sprake van wanneer er slechts een schets, een principeverzoek of een plan met een paar impressies met het A-4’tje wordt ingediend. En wanneer deze schets of principeverzoek gepaard gaat met een procesomschrijving voor een ‘vooroverleg’ met ambtenaren of de verantwoordelijke wethouder, dan al helemaal niet. Het A-4’tje kan dan niet worden aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning. En dus kan er nooit sprake zijn van een omgevingsvergunning die van rechtswege is verleend.

Is het A-4’tje echter wel een aanvraag om een omgevingsvergunning, dan had je (namens B&W) de aanvrager in de gelegenheid moeten stellen om de aanvraag alsnog met het aanvraagformulier in te dienen (met artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht).

Doe je dit niet en is de keiharde deadline (al dan niet met verlenging) van de reguliere voorbereidingsprocedure om een besluit te nemen verstreken, dan is de omgevingsvergunning gewoon van rechtswege verleend (artikel 3.9, derde lid Wabo).

Bron: ABRvS 23 augustus 2017, nr. 201606373/1/A1

Frank HabrakenEen paar tips voor vergunningverleners wanneer een initiatief op een simpel A-4’tje wordt ingediend