Nieuws

Zorg dat interne mailwisseling intern blijft en wanneer toch extern, dan binnen de beleidskeuzes

Bij het lezen van een uitspraak van gisteren kreeg ik een déjà vu-gevoel. Heb je wel eens per ongeluk een interne mailwisseling naar ‘buiten’ gestuurd, terwijl dit niet zo bedoeld was? Nee? Nou, ik wel.

F…ck!

Het ging om een interne mailwisseling over het afwegen van zienswijzen over een bestemmingsplan. Per abuis stuurde ik de interne mailwisseling naar nota bene een advocaat van de ‘tegenpartij’. Deze advocaat had dezelfde voornaam als mijn (interne) collega en toen verscheen er automatisch een ander mailadres. Juist, die van de advocaat. In de haast had ik toch de mail verstuurd. In de veronderstelling dat ik naar mijn interne collega had gemaild. Niet dus. F…ck!

Promt daarop kreeg ik een telefoontje van… ? Inderdaad, de advocaat. Gelukkig was deze advocaat erg professioneel, begripvol en discreet. Hij begreep goed dat mijn mailtje niet voor hem was bedoeld. Uiteraard had hij de interne mailwisseling met veel belangstelling gelezen. “Hier en daar enkele bijzondere uitspraken, maar gelet op het beleid, niets nieuws onder de zon. Laat onverlet dat ik het niet eens ben met de gemaakte keuzes in het plan.” Aldus de advocaat. De mailwisseling zou hij in elk geval niet gaan misbruiken. Pffff… Gelukkig. Enfin, die fout maak ik niet meer.

Rechtsvragen

Terug naar de uitspraak van gisteren. Het betrof een weigering om een omgevingsvergunning te verlenen voor het omzetten van een shortstaybedrijf en kantoorruimte naar een hotelfunctie ergens in Amsterdam.

Ter discussie stond de interne mailwisseling die kennelijk in handen van de appellant terecht was gekomen. Kun je nu hieruit afleiden dat deze mailwisseling niet getuigt van een open blik van het algemene bestuur tegenover de appellant? Is hier sprake van vooringenomenheid (in de zin van artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht)? Dat waren de rechtsvragen die beantwoord moesten worden.

Goed, de woordkeuze in de e-mails was erg ongelukkig, maar om nou te zeggen dat het bestuur vooringenomen had gehandeld? Dat kun je alleen maar zeggen wanneer het bestuur of een ambtenaar de appellant niet fair behandelt of hem niet met open vizier tegemoet treedt. Hier is bijvoorbeeld sprake van wanneer persoonlijke belangen of voorkeuren van het bestuur of een ambtenaar de belangenafweging in de besluitvorming ‘iets teveel’ beïnvloedt.

Het gaat erom dat de overheid de nodige objectiviteit moet betrachten en zich niet door vooringenomenheid mag laten leiden (aldus de wetsgeschiedenis van artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht).

Uit de e-mails van de betrokken ambtenaren was klip en klaar af te leiden dat het bestuur geen hotel wilde op de aangevraagde locatie. Ook was het duidelijk dat ze zochten naar argumenten om de vergunning af te wijzen.

Dit kan wel zijn, maar de afwijzing betrof een beleidskeuze. In Amsterdam zijn de afgelopen jaren veel hotels bijgekomen, terwijl de krapte op de woningmarkt is toegenomen. Om die reden had het algemeen bestuur de beleidskeuze gemaakt om in principe geen woningen aan de woningvoorraad te onttrekken. De e-mails moesten in het licht van die beleidskeuze worden gelezen.

Het verbod van vooringenomenheid verzet zich er dus niet tegen dat een bestuursorgaan of een ambtenaar werkt vanuit bepaalde beleidskeuzes.

Bron: ABRvS 31 mei 2017, nr. 201605387/1/A1

Frank HabrakenZorg dat interne mailwisseling intern blijft en wanneer toch extern, dan binnen de beleidskeuzes