Nieuws

‘Geen belang, geen actie’

Deze ongeschreven regel van ons bestuursprocesrecht geldt ook voor appellanten die tijdens de beroepsfase hun procesbelang verliezen. Bijvoorbeeld: omdat ze inmiddels ergens anders zijn gaan wonen.

Een bestuursrechter toetst ambtshalve of degene die (hoger) beroep instelt, ook belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dus of die partij nog ‘belang’ heeft bij een beoordeling van zijn beroep. Er moet een feitelijk belang zijn. Een concreet voordeel bij een rechterlijk oordeel. Principiële belangen horen niet thuis in ons bestuursprocesrecht.

In deze zaak van afgelopen week bleek dat de appellant ten tijde van de beroepstermijn nog in de buurt woonde van een jarenlang gedoogde scoutingvereniging. De gemeenteraad vond het echter tijd dat de scoutingvereniging werd gelegaliseerd. De scouting kreeg in het bestemmingsplan daarom de bestemming “Maatschappelijk”. Een aantal omwonenden vreesden echter overlast met alle gevolgen voor hun woongenot van dien. Er volgde een beroepszaak.

Maar een van de appellanten had zijn huis inmiddels verkocht en woonde dan ook niet langer in dit huis noch in de buurt van de scoutingvereniging.

Gevolg: zijn beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.

Einde verhaal.

Bron: ABRvS 8 maart 2017, nr. 201604561/1/R1

Frank Habraken‘Geen belang, geen actie’