Nieuws

“B&W moeten handhavend optreden tegen hun gemeenteraad bij verzuim actualiseringsplicht bestemmingsplannen”

Tja, de wens is de vader van de gedachte. Dat geldt ook voor deze uitspraak van een appellant in een zeer bizarre zaak van afgelopen week.

De appellant deed een wel heel bijzonder beroep op de handhavingsplicht van het college én de actualiseringsplicht van de raad. “Combineer die twee plichten en dan wordt vanzelf de planologische aanvaardbaarheid van een hinderlijk kinderdagverblijf ter discussie gesteld.” Althans, dat was het inventieve plan van de appellant.

Een opmerkelijke zaak inderdaad en dat in een week dat ook bekend werd dat gemeenteraden binnenkort helemaal niet meer verplicht zijn om hun bestemmingsplannen te actualiseren.

Aan de slag

Het begon allemaal met een kinderdagverblijf en de overlast die de appellant hiervan ondervond. Vervelend voor de appellant, maar het kinderdagverblijf was gewoon in overeenstemming met het bestemmingsplan gevestigd. Einde verhaal, zou je zeggen.

“Dacht het niet!” Aldus de appellant. “Moet een gemeenteraad niet iedere 10 jaar een bestemmingsplan actualiseren? Nou, die termijn is hier allang verstreken. Dat die termijn niet fataal is maakt niks uit. De gemeenteraad moet dus aan de slag en dan zul je zien dat het kinderdagverblijf niet (meer) planologisch aanvaardbaar is in mijn omgeving.”

De appellant diende daarom bij het college een verzoek tot handhaving in. Het college moest maar handhavend (met bestuursdwang of dwangsommen) optreden tegen de gemeenteraad, omdat het bestemmingsplan niet binnen 10 jaar was geactualiseerd (in de zin van artikel 3.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening). En het college moet immers de regeltjes van de Wet ruimtelijke ordening handhaven (artikel 7.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening gecombineerd met de beginselplicht tot handhaving). Daar hoort de actualiseringsplicht van de bestemmingsplannen ook bij.

Het college vond het verzoek tot handhaving maar onzin en het verzoek werd daarom ook afgewezen. Na een jarenlang bezwaar- en beroepstraject, heeft de Raad van State afgelopen week het eindoordeel in deze zaak geveld.

Exclusief

Wat vraagt de appellant nou eigenlijk? Het college zou met een last onder bestuursdwang de gemeenteraad moeten gelasten om het bestemmingsplan te actualiseren. Zou de raad dat niet doen, dan kan het college door feitelijk handelen (zie immers artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht) de last, in dit geval het actualiseren van het bestemmingsplan, ten uitvoer leggen.

Maar je voelt ‘m al aankomen. Het actualiseren van het bestemmingsplan betekent niets anders dan dat er een herziening van het bestemmingsplan wordt vastgesteld. En dit is natuurlijk geen ‘feitelijke handeling’, maar het nemen van een besluit. En die bevoegdheid ligt exclusief bij de gemeenteraad (artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening). Niet bij het college. Dat het college een rol speelt bij de totstandkoming en de publicatie van een bestemmingsplan doet er niet toe.

Het college kan dus de door appellant gewenste last niet ten uitvoer brengen. En wanneer het college geen bevoegdheid heeft om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan dat ook niet met een dwangsom (artikel 5:32, eerste lid Algemene wet bestuursrecht).

Kinderlijk eenvoudig toch?

Overigens zou bij een andere uitkomst van deze zaak het politieke en staatkundige begrip ‘dualisme’ ook wel een hele vreemde betekenis hebben gekregen.

Mammoetklus

En in de (nabije) toekomst is de actualiseringsplicht van bestemmingsplannen zelfs helemaal van de baan. Zo bleek vorige week uit nieuwe kamerstukken.

De Omgevingswet staat voor de deur. Deze wetswijziging wordt wel de grootste wetswijziging sinds de Grondwet genoemd. Dit betekent alle hens aan dek voor (onder meer) gemeenten.

Gemeenten moeten immers in het nieuwe stelsel hun bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere regelingen over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen bundelen en omvormen tot één samenhangend en consistent omgevingsplan.

Dat is een megaklus. Vooral voor gemeenten die nog veel verschillende bestemmingsplannen hebben. En zeker wanneer die omzetting naar het nieuwe stelsel ook nog eens gepaard gaat met inhoudelijke wijzigingen die nog doordacht en (integraal) afgewogen moeten worden.

De wetgever is zich hiervan bewust en vindt het dan ook belangrijk dat gemeenten nu al (dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet) met deze mammoetklus aan de slag kunnen gaan. Met het schrappen van de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen (de Omgevingswet kent trouwens ook geen vergelijkbare verplichting) wordt hiervoor geld en capaciteit vrijgemaakt.

Het vervallen van deze verplichting geldt overigens alleen voor elektronisch raadpleegbare bestemmingsplannen (en beheersverordeningen). Maar goed, dat zijn inmiddels veruit de meeste plannen.

Ook heeft het wetsvoorstel in beginsel geen gevolgen voor het omzetten van instructieregels van bijvoorbeeld provinciale verordeningen (tenzij deze aanpassingen pas bij een eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan moeten worden doorgevoerd).

Bovendien heeft het wetsvoorstel ook alleen betrekking op de ambtshalve actualisering van bestemmingsplannen. Belanghebbende burgers, bedrijven of instellingen kunnen nog steeds een aanvraag indienen om een bestemmingsplan (deels) te wijzigen.

Kortom, het signaal uit Den Haag is duidelijk. De wetgever wil dat gemeenten de vrijkomende middelen en capaciteit inzetten voor de voorbereiding van één gemeentelijk omgevingsplan. En wel zo spoedig mogelijk!

Aldus (een vrije vertaling van) het wetsvoorstel.

Bron: ABRvS 8 februari 2017, nr. 201601099/1/A1 en de Memorie van Toelichting van de Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening en de invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Kamerstuk TK 2016/17, 34 666)

Frank Habraken“B&W moeten handhavend optreden tegen hun gemeenteraad bij verzuim actualiseringsplicht bestemmingsplannen”