Nieuws

Een pleidooi voor een ‘klantvriendelijke’ motivering in besluiten binnen ons omgevingsrecht

Over ratio van de (beleids)regels & herkansingen in je verweerschrift

“Het besluit is slecht gemotiveerd!” Dit zullen onze bestuursrechters misschien wel het vaakst horen. Wellicht is dit met een ‘klantvriendelijke’ motivering wat te temperen.

Is dit niet in je (primaire) besluit gebeurd, dan krijg je in ons bestuursprocesrecht nog een herkansing.

Beter inzicht

Nu is het ook buitengewoon belangrijk dat de motivering het betrokken besluit kan dragen en dat er sprake is van een feitelijk juiste motivering.

Ga maar na. Een slechte motivering kan immers duiden op andere gebreken in het besluit. Is er dan wel voldoende kennis vergaard over de feiten en omstandigheden? Deugt die belangafweging dan wel? Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Wanneer je namens B&W of de raad de auteur bent van het besluit, schenk dan ook voldoende aandacht aan je motivering. Natuurlijk zal dit bij het ene besluit een grotere rol spelen dan bij het andere besluit.

Maar wanneer je (zware) weerstand verwacht tegen je besluit, verwijs dan niet alleen naar de betrokken (beleids)regels of jurisprudentie (of andere rechtsbronnen), maar schenk ook aandacht aan de achterliggende gedachte van bijvoorbeeld die (beleids)regels. De ratio van deze regels. Waarom zijn de (beleids)regels zoals ze zijn?

Dat is voor de direct betrokken partijen, maar ook voor bezwaarcommissies, bestuursrechters van rechtbanken en staatsraden van de Raad van State wel zo ‘klantvriendelijk’. Dat geeft voor iedereen beter inzicht in het hoe en waarom van het besluit.

Wellicht dat bepaalde betrokken partijen liever een andere uitkomst van je besluit hadden willen zien. Maar je laat in elk geval zien dat je met je deugdelijke motivering de behoeften en gevoelens van deze partijen serieus neemt (hoewel dit dus nog niet betekent dat je deze partijen hieraan tegemoet kan komen).

Een winkel heeft misschien ook niet altijd wat je nodig hebt, maar de toon en aandacht waarop dit wordt gezegd kan wel iets zeggen over de klantvriendelijkheid van een winkel, nietwaar?

Verlengstuk besluit

En mocht die motivering – om wat voor reden dan ook – niet of niet goed genoeg in het (primaire) besluit zijn gebeurd en je krijgt van de rechtbank of de Raad van State te horen dat er beroep is aangetekend, dan krijg je nog een herkansing.

De bestuursrechter zal je dan immers vragen om de stukken op te sturen en een verweerschrift aan te leveren. En dat verweerschrift kun je ook gebruiken als ‘verlengstuk’ van je besluit.

Ontbreekt de broodnodige motivering in je besluit of is deze verre van voldoende? Gebruik dan hiervoor je verweerschrift. Een bestuursrechter mag deze (nadere) motivering immers betrekken bij zijn oordeelsvorming (dit gebrek in je besluit zal dan worden gepasseerd met artikel 6:22 Awb). Geen enkele rechtsregel die hem dat verbiedt.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je in je verweerschrift een totaal andere motivering aan je besluit ten grondslag legt. Maar dat spreekt voor zich.

Bron: onder andere ABRvS 11 januari 2017, nr. 201601735/1/A1 en ABRvS 18 januari 2017, nr. 201603233/1/R1

Frank HabrakenEen pleidooi voor een ‘klantvriendelijke’ motivering in besluiten binnen ons omgevingsrecht