Nieuws

Omgevingsvergunningen ‘slapen’ wanneer er al een tijdje niet iets gebeurt waarvoor ze verleend zijn

Af en toe een grote opruiming van je vergunningenbestand kan je ruimtelijke procedures versoepelen

Afgelopen maandag heeft de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak bepaald dat je (namens B&W) met een gerust hart een omgevingsvergunning voor bouwen kunt intrekken wanneer de vergunninghouder ‘slechts’ de volgende (voorbereidende) werkzaamheden heeft uitgevoerd:

– bouwrijp maken van de gronden;
– egaliseren van de gronden;
– plaatsen van hekken;
– het verrichten van bodemonderzoeken. Maar geldt dit ook als een voorwaarde van de omgevingsvergunning hiertoe verplicht? “Ja, ook dit is geen bouwactiviteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend,” aldus de Voorzieningenrechter.

En natuurlijk moet je ook netjes alle belangen tegen elkaar afwegen (waarover zo meteen meer).

Heel gemakkelijk
Eigenlijk heel gemakkelijk dus. Kijk welke bouwactiviteit is vergund. Alles wat er buiten valt, is ‘geen handeling met gebruikmaking van de vergunning’ in de zin van artikel 2.33, tweede lid, onder a van de Wabo. En is er na vergunningverlening een half jaar verstreken, dan mag je de ‘slapende’ omgevingsvergunning intrekken (tenzij in de vergunning een andere termijn is bepaald).

Dit mag. Het hoeft niet. Het gaat hier immers om een facultatieve intrekkingsgrond. Maar wanneer de vergunninghouder eenmaal minimaal een half jaar zijn vergunning links heeft laten liggen, dan loopt hij het risico dat hij die vergunning weer kwijtraakt.

Hoewel het in de praktijk met dat half jaar wel meevalt en gemeenten vaak langer wachten voordat men omgevingsvergunningen voor bouwen intrekt, is het wel duidelijk dat een vergunninghouder deze termijn niet kan ‘stuiten’ met alleen een schop in de grond, het plaatsen van hekken of het verrichten van bodemonderzoeken.

Dus wanneer ongebruikte omgevingsvergunningen voor bouwen gewenste ontwikkelingen in de weg staan of wanneer een braakliggend terrein in stedelijk gebied – waarop nog een slapende omgevingsvergunning rust – een doorn in het oog is, maak dan (namens B&W) gebruik van het gereedschap die onze wetgever je biedt.

Wellicht is het slim om direct na het vaststellen van een omgevingsvisie, de betrokken gebieden te scannen op slapende vergunningen. Wanneer die vergunningen eenmaal zijn ingetrokken voordat een ruimtelijke procedure wordt gestart, dan kan je dat tijdrovende beroepsprocedures schelen. Vergunninghouders zullen per slot van rekening gauw opkomen voor hun bestaande rechten.

Wanneer je die vergunningen kunt intrekken, is deze week dus nog een keer aan de Kneuterdijk uitgesproken.

Afgevinkt
Nadat de ‘omstandigheden’ om gebruik te maken van de bevoegdheid om de omgevingsvergunning voor bouwen zijn afgevinkt, kun je aan de slag met de belangenafweging. Deze afweging moet natuurlijk ook terugkomen in je besluit.

En die afweging is breed wanneer het gaat om het intrekken van omgevingsvergunningen voor bouwen (ABRvS 1 april 2015, nr. 201405221/1/A1). Dit geldt overigens ook voor het intrekken van andere omgevingsvergunningen (in de zin van artikel 2.33, tweede lid Wabo).

Betrek bij je belangenafweging bijvoorbeeld ook de bescherming van planologische, stedenbouwkundige of welstandsinzichten. Dit zijn de belangen die jij (namens B&W) in de strijd kunt gooien. Aan de andere kant staan natuurlijk ook (vaak financiële) belangen van de vergunninghouder.

Conclusie
Het loont de moeite om af en toe je vergunningenbestand te scannen op slapende vergunningen. Zeker wanneer je nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor ogen hebt.

Hoe je ziet of deze vergunningen ook slapen is deze week nog eens helder uitgesproken. Wat volgt is een gedegen belangenafweging en het intrekken van deze vergunningen.

Burgemeester en wethouders, maak dan ook gebruik van dit gereedschap! Deze bevoegdheid zit niet voor niets in uw gereedschapskist.

Bron: onder meer Voorzieningenrechter ABRvS 16 januari 2017, 201608820/1/A1 en 201608820/2/A1

Frank HabrakenOmgevingsvergunningen ‘slapen’ wanneer er al een tijdje niet iets gebeurt waarvoor ze verleend zijn