Nieuws

Hoe bepaal je of een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk op ‘hetzelfde perceel’ liggen?

Of een bijbehorend bouwwerk vergunningvrij is, is niet zozeer afhankelijk van feiten, maar veelal van interpretaties

Tuinhuisjes, schuurtjes, bergingen, garages, overkappingen en dergelijke vallen sinds het Besluit omgevingsrecht onder het begrip ‘bijbehorende bouwwerken’. De jurisprudentie over dit begrip is talrijk te noemen. Dit heeft vooral te maken met de elementen in dit begrip die gemakkelijk voor interpretatie vatbaar zijn. Denk aan de elementen ‘functionele verbondenheid’, ‘hoofdgebouw’, maar ook aan het element ‘hetzelfde perceel’.

Daarnaast worden deze ‘bouwwerkjes’ natuurlijk veel gebouwd en scheelt het een initiatiefnemer (ja, zelfs een overtreder van het ‘Wabo-verbod’ bouwen zonder vergunning) veel centjes en tijd wanneer zijn beoogde bouwwerk door B&W als een ‘bijbehorend bouwwerk’ en niet als een ‘hoofdgebouw’ in de zin van het Besluit omgevingsrecht wordt gezien.

Anders dan een hoofdgebouw, kan een bijbehorend bouwwerk immers vergunningvrij zijn (wanneer het bouwwerk voldoet aan de kenmerken die het Besluit omgevingsrecht hieraan koppelt). Geen leges of proceduretijd (of overtreding van het eerdergenoemde bouwverbod) dus. Het aantal rechtszaken over bijbehorende bouwwerken valt ook hierdoor te verklaren.

Feitelijk actuele situatie

Maar wanneer is er dan sprake van een ‘bijbehorend bouwwerk’? Onze wetgever ziet een bijbehorend bouwwerk als een ‘uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak’ (artikel 1 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht).

Er valt genoeg te zeggen over deze definitie, maar ik beperk me hier tot het criterium dat het bijbehorend bouwwerk op ‘hetzelfde perceel’ moet liggen als het hoofdgebouw. Onze wetgever wil nou eenmaal niet dat een op zich functioneel met een hoofdgebouw verbonden bouwwerk, als bijbehorend bouwwerk wordt aangemerkt als het niet ook voor wat betreft de ligging verbonden is met het hoofdgebouw.

Helaas kent het Besluit omgevingsrecht geen definitie van het begrip ‘perceel’. Dat moet je aan de hand van de feitelijk actuele situatie bepalen (aldus ABRvS van 22 april 2015, nr. 201407692/1/A1). Denk hierbij bijvoorbeeld aan de volgende zaken:
• Staat het bijbehorend bouwwerk (planologisch / feitelijk) ten dienste van het hoofdgebouw? Is het perceel waarop het bijbehorend bouwwerk staat ingericht ten dienste van het hoofdgebouw? In dat geval is er ook gauw sprake van een ‘functionele verbinding’ van het hoofdgebouw met het bijbehorend bouwwerk (zie eerder de definitie van het begrip ‘bijbehorend bouwwerk’).
Dit gaat echter niet op wanneer het bijbehorend bouwwerk in een weiland staat (en dit weiland niet is ingericht als tuin) en de woning op het naastgelegen perceel. En wanneer zich hiertussen dan ook nog een afrastering bevindt, dan is er overduidelijk geen sprake van ‘hetzelfde perceel’.

• Pak eventueel een luchtfoto erbij en kijk of er sprake is van een min of meer aaneengesloten bebouwing. Staat het bijbehorend bouwwerk vlakbij het hoofdgebouw?

• Dat het hoofdgebouw op een ander kadastraal perceel ligt dan het bijbehorende bijgebouw maakt niks uit. Twee naast elkaar gelegen kadastrale percelen kunnen immers dezelfde eigenaar hebben en in ruimtelijk opzicht als één perceel functioneren.
Maar ook andersom: zelfs wanneer er sprake is van één kadastraal perceel, dan kan dit kadastraal perceel voor verschillende doeleinden worden gebruikt. In dat geval kun je dan spreken van feitelijk van twee gescheiden percelen.

• De eigendomssituatie kan dus meewegen. Er zal eerder sprake zijn van ‘hetzelfde perceel’ wanneer beide percelen in eigendom zijn bij dezelfde eigenaar.

• Ook kun je eerder spreken van ‘hetzelfde perceel’ wanneer het hoofdgebouw en het bijbehorende bouwwerk op dezelfde bestemming liggen. Beide bouwwerken worden dan (vaak) voor dezelfde doeleinden gebruikt (ABRvS 11 januari 2017, nr. 201600568/1/A1).
Maar let op: eenzelfde bestemming voor beide bouwwerken is geen ‘must’! Stel, een schuurtje staat op een perceel met de bestemming “Wonen”, maar het schuurtje wordt al een hele tijd feitelijk gebruikt door recreanten van recreatiewoningen, die gelegen zijn op een naastgelegen perceel met de bestemming “Recreatie”, dan moeten deze percelen als één geheel worden aangemerkt (ABRvS 16 maart 2016, nr. 201504675/1/A4).

Multi-interpretabele feiten

Dus: de feitelijke actuele situatie is volgens de Raad van State bepalend voor het begrip ‘perceel’ en kan in de praktijk nog wel eens discussie opleveren. Feiten zijn immers alleen objectief en dus niet voor discussie vatbaar als deze onafhankelijk zijn van de mening van mensen, als er geen interpretatie bij nodig is. En je kunt moeilijk volhouden dat er bij meeste van de bovengenoemde zaken geen interpretatie nodig is.

Enfin, om sterk in deze discussie te staan, is het slim (aan welke zijde dat je ook staat) om zoveel mogelijk ‘multi-interpretabele feiten’ aan te dragen waarom er naar jouw mening sprake is van ‘hetzelfde perceel’ of juist niet.

Bron: onder meer ABRvS 11 januari 2017, nr. 201600568/1/A1

Frank HabrakenHoe bepaal je of een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk op ‘hetzelfde perceel’ liggen?