Nieuws

Zienswijzentermijn van 6 weken voor bestemmingsplannen is in beton gegoten

Maar tijdig ingediende zienswijzen kunnen juist na afloop van die termijn volop worden ‘opgepimpt’

De zienswijzentermijn voor een bestemmingsplan bedraagt 6 weken. Niet meer. Punt. Er is geen wet die zegt dat dit langer mag.

Maar een indiener die zijn zienswijze binnen die 6 weken heeft verstuurd, kan rekenen op meer tijd om die zienswijze inhoud te geven of te verbeteren.

Vakantieperiode
De wet is over de zienswijzentermijn van een bestemmingsplan klip en klaar. Artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening bepaalt namelijk dat je bij de voorbereiding van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV) van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet toepassen. En volgens die procedure bedraagt de termijn voor het indienen van zienswijzen tegen een ontwerp bestemmingsplan 6 weken. Dit is alleen anders wanneer de wetgever voor de betrokken procedure een langere termijn heeft bepaald (artikel 3:16, eerste lid Awb). En dat laatste heeft hij niet gedaan.

Maar wellicht ligt het ontwerp bestemmingsplan net in de vakantieperiode ter inzage en wil je de burgers voldoende gelegenheid geven om toch het ontwerp bestemmingsplan te bekijken en eventueel een zienswijze in te dienen. In dat geval staat het je (hoe begrijpelijk je actie ook is) toch niet vrij om die zienswijzentermijn te verlengen. Dat is namelijk strijdig met het systeem van afdeling 3.4 Awb en specifiek in strijd met artikel 3:16, eerste lid Awb (ABRvS 13 maart 2013, 201201045/1/R3).

Overigens wordt je deze fout vaak door de rechter vergeven (met artikel 6:22 Awb), omdat met die langere termijn het niet gauw aannemelijk zal zijn dat belanghebbenden door deze handelwijze zijn geschaad.

Anderzijds kan ik me bij een bestemmingsplan op aanvraag wel voorstellen dat de aanvrager hier anders over denkt. De wettelijke termijnen voor de bestemmingsplanprocedure zijn er niet voor niets en moeten ervoor zorgen dat deze procedures voortvarend verlopen.

Pittige sanctie
Aan de zienswijzentermijn valt daarom niet te tornen. Wil een belanghebbende voorkomen dat zijn beroep tegen het plan niet-ontvankelijk wordt verklaard, dan heeft hij geen keuze. Hij moet zijn zienswijze binnen die 6 weken indienen. Is de zienswijze eenmaal op tijd ingediend, dan blijkt onze hoogste bestuursrechter een informelere houding aan te nemen wanneer het gaat om aanvullingen van die zienswijze na afloop van die bikkelharde zienswijzentermijn.

Zo mag je een indiener van een pro forma zienswijze de kans geven zijn zienswijze tegen het ontwerpplan binnen 2 weken na afloop van de zienswijzentermijn nader toe te lichten (ABRvS 13 augustus 2008, 200706451/1). Als hij maar zijn pro forma zienswijze binnen die 6 weken heeft ingediend.

Daarnaast is het mogelijk om tijdig ingediende zienswijzen buiten de zienswijzentermijn van 6 weken nog nader aan te vullen. Ik heb het dan niet over een pro forma zienswijze, maar over een tijdig ingediende zienswijze die al bepaalde planonderdelen ter discussie stelt en waarvoor in een later stadium (dus na de 6 weken termijn) nog allerlei nieuwe argumenten worden aangedragen.

Dat mag, maar niet zonder meer. Hier stelt de Afdeling een aantal voorwaarden aan. En wanneer aan die voorwaarden is voldaan, dan kun je maar beter ook die aanvullende zienswijzen in je belangenafweging van het bestemmingsplan meenemen. Anders staat hier een pittige sanctie op!
Zie voor nadere tekst en uitleg het artikel “Aanvullende zienswijzen buiten de zienswijzentermijn is mogelijk. Maar niet zonder meer”.

Hoge alertheid
De zienswijzentermijn voor een bestemmingsplan is voor de wetgever dus heilig. Verlengen van deze termijn is niet mogelijk en een zienswijze buiten die termijn betekent dat de indiener van de zienswijze in beroep (in veruit de meeste gevallen) buitenspel staat.

Maar wanneer de indiener ervoor zorgt dat zijn zienswijze binnen die termijn van 6 weken is ingediend, dan zie je dat onze hoogste bestuursrechter de indiener nog allerlei mogelijkheden biedt om zijn zienswijze kwalitatief en kwantitatief ‘op te pimpen’.

Vanuit de rechtsbescherming bekeken is deze ‘informele’ houding van de Afdeling te billijken (de UOV is een voorportaal van de rechtsbescherming). Dit vraagt echter van gemeenten hoge alertheid in het traject – juist – na afloop van de zienswijzentermijn tot aan de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad.

Bron: ABRvS 27 mei 2015, 201400754/1/R2

Frank HabrakenZienswijzentermijn van 6 weken voor bestemmingsplannen is in beton gegoten