Nieuws

Hoe de gemeenteraad ineens de hoofdrol speelt bij het verlenen van omgevingsvergunningen

‘Carte blanche’-vvgb’s leiden juist tot een rol die de raad niet had willen spelen

Je zou het bijna vergeten. Maar de hoofdregel bij omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan (en ik heb het hier alleen over de ‘grote’ afwijkingen) is toch echt dat B&W deze omgevingsvergunningen alleen kunnen verlenen, wanneer de gemeenteraad hierover zijn zegen heeft gegeven. En dit gebeurt met een verklaring van geen bedenkingen (artikel 6.5, eerste lid Besluit omgevingsrecht).

Achterliggende gedachte hierbij is dat de raad een bijzondere bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beleid hieromtrent (in de zin van artikel 2.27 Wabo).

Lekker snel
De reden dat deze hoofdregel – wellicht – in de vergetelheid raakt, is dat vrijwel al deze omgevingsvergunningen (met een aanwijzingsbesluit van de raad) onder de categorieën van gevallen worden geschaard, waarbij die verklaring van geen bedenkingen helemaal niet nodig is (artikel 6.5, lid 3 Besluit omgevingsrecht). Dat werkt natuurlijk lekker snel. B&W komen immers frequenter bij elkaar dan de gemeenteraad.

En onze wetgever lijkt ook geen strobreed in de weg te leggen. De wetgever stelt immers in artikel 6.5, derde lid Besluit omgevingsrecht helemaal geen vereisten voor dit aanwijzingsbesluit. Ook beperkt dit artikel niet de categorieën die opgenomen kunnen worden in de aanwijzing. Dit wordt ook bevestigd door de Afdeling (ABRvS 3 oktober 2012, 201206364/1/R4).

Overigens kun je deze categorieën van gevallen vergelijken met de lijsten die door Gedeputeerde Staten op grond van het oude artikel 19, lid 2 WRO werden vastgesteld.

Illusoir
Maar een aanwijzing van de raad dat er nooit een verklaring van geen bedenkingen is vereist, kan natuurlijk ook weer niet. Dat is immers geen aanwijzing van een categorie van gevallen.
Het is ook niet de bedoeling dat de bevoegdheid om uitzonderingen te maken (als bedoeld in artikel 6.5, derde lid Besluit omgevingsrecht) wordt gebruikt om de hoofdregel (artikel 6.5, eerste lid Besluit omgevingsrecht) helemaal te omzeilen (ABRvS 27 augustus 2014, 201310261/1/A1).

Ook mogen deze categorieën niet zodanig worden geformuleerd, dat de aanwijzing niet of nauwelijks nog een onderscheidende betekenis kent. Dit zou namelijk in strijd zijn met de rechtszekerheid en de hoofdregel van artikel 6.5, eerste lid Besluit omgevingsrecht eveneens illusoir maken.

Zo bleek uit een uitspraak van vorige week dat de raad in deze zaak in het aanwijzingsbesluit had bepaald dat er wel een verklaring van geen bedenking is vereist ‘voor ruimtelijke ontwikkelingen van enige omvang waarover de raad zich nog niet eerder over uitgesproken heeft’ of ‘voor politiek gevoelige ontwikkelingen’.

De raad gaf dus eigenlijk een ‘carte blanche’ aan het college. De formulering van deze criteria (en de onderlinge verhouding) was immers zo ruim, dat het college in feite de vrije hand was gelaten om de raad al dan niet een verklaring van geen bedenking te vragen. En dat was in strijd met de rechtszekerheid.

Gevolg: het aanwijzingsbesluit werd door de Afdeling onverbindend verklaard, zodat voor de omgevingsvergunning om af te wijken alsnog een verklaring van geen bedenkingen van de raad was vereist. Maar nu dat deze verklaring niet was verleend, was het college niet bevoegd om de omgevingsvergunning (om af te wijken) te verlenen. Dat is immers de hoofdregel. De vergunning moest daarom eigenlijk worden geweigerd (artikel 2.20a Wabo).

Maar de bestuurlijke lus kan hier soelaas bieden (en is in deze zaak ook gebeurd). Het college krijgt dan van de bestuursrechter de gelegenheid dit gebrek herstellen, door alsnog aan de raad een verklaring van geen bedenkingen voor de gewenste omgevingsvergunning te vragen.

Enfin, de gemeenteraad lijkt dus in de praktijk van de vergunningverlening een figurantenrol te spelen, maar kan ineens hierin dé hoofdrol krijgen wanneer het aanwijzingsbesluit niet deugd.

Bron: ABRvS 27 mei 2015, 201404980/1/A1

Frank HabrakenHoe de gemeenteraad ineens de hoofdrol speelt bij het verlenen van omgevingsvergunningen