Nieuws

Beter een ‘verre’ appellant, dan een slechte buur

Beroepsgronden over het Bouwbesluit zijn nauwelijks te duchten

Wanneer de technische kwaliteit van je bouwplannen in de procedure voor de omgevingsvergunning ter discussie wordt gesteld, dan hoop ik voor jou dat dit niet door je buurman gebeurt. Althans, wanneer het gaat om de voorschriften van het Bouwbesluit over brandveiligheid en constructieve veiligheid.

Korte metten
Zoals tegenwoordig in elke beroepszaak tegen een omgevingsvergunning geldt, moet een appellant deze besluiten aanvallen op zaken die hem rechtstreeks raken. De – in zijn ogen – geschonden rechtsregel moet daarom in het leven zijn geroepen om ook zijn belangen te beschermen (zie ook ‘Wat betekent het relativiteitsvereiste nu voor al onze omgevingsbesluiten: een cursusje in 2 minuten’).

Ik noem een zeer actueel voorbeeldje: een basisschool wordt uitgebreid met een aantal units. De omgevingsvergunning hiervoor wordt aangevallen door een omwonende. Hij laat een architect een rapport opstellen en volgens deze architect deugen de units niet wanneer het gaat om onder meer de warmteweerstand, de hoofddraagconstructie en de daglichttoetreding. Deze zijn namelijk in strijd met de (relevante) voorschriften van het Bouwbesluit.

De Raad van State maakt hier echter korte metten mee en zegt: ‘Dit kan allemaal zo zijn, maar deze voorschriften van het Bouwbesluit strekken overduidelijk (kennelijk) niet tot bescherming van de belangen van deze appellant.

Goed, dit kan anders zijn wanneer de veiligheid van een buurman in het geding is, omdat het bouwplan niet voldoet aan de voorschriften van constructieve veiligheid, maar de appellant in deze zaak woont maar liefst 57 meter verderop. Dit veiligheidsbelang is daarom niet aan de orde.

Deze beroepsgrond heeft ook geen verband met de échte of achterliggende reden van de appellant / omwonende om deze omgevingsvergunning aan te vechten. Hij wil gewoon geen overlast van de uitbreiding van de basisschool. De omgevingsvergunning kan daarom niet om deze beroepsgrond worden vernietigd. Het zogenaamde relativiteitsvereiste dus.’

Nauwelijks te duchten
Voor degenen onder ons die omgevingsvergunningen in beroep moeten verdedigen: beroepsgronden tegen een omgevingsvergunning die gaan over technische zaken van het Bouwbesluit zijn nauwelijks te duchten. Alleen wanneer de voorschriften van het Bouwbesluit ook de belangen van de appellant beschermen, moet je alert zijn.

Denk hierbij dus vooral aan de constructieve veiligheid of de brandveiligheid (zie ‘Moord en brand roepen over brandveiligheid bij een ‘Crisis- en herstelwet-besluit’ heeft pas zin als je een directe buur bent’). Slechts wanneer deze aspecten in het geding zijn, hoef je hier inhoudelijk op te reageren en dan ook nog alleen wanneer de appellant naast het betrokken bouwplan woont.

Dit laat natuurlijk onverlet dat het voor iedereen beter is, wanneer het bouwplan netjes voldoet aan alle eisen van het Bouwbesluit. Dit ongeacht of en door wie er beroep wordt aangetekend tegen de betrokken omgevingsvergunning. Maar goed, dat is een open deur.

Bron: afgelopen woensdag bepaalt in ABRvS 27 mei 2015, 201404807/1/A1

Frank HabrakenBeter een ‘verre’ appellant, dan een slechte buur