Nieuws

Niet functionele, maar bouwkundige eigenschappen van sleufsilo’s bepalen hun vergunningvrije status

Wetsgeschiedenis bestuderen is het begin van juridische wijsheid 😉

De ontstaansgeschiedenis van onze wetten en AMvB’s in het omgevingsrecht is regelmatig van doorslaggevend belang bij het doorgronden van de bedoeling van onze wetgever. Het is (en blijft) daarom de moeite waard om bij twijfel over interpretaties van regels deze wetsgeschiedenis te bestuderen. Het is het begin van juridische wijsheid die je in je dagelijkse praktijk nog wel eens van pas kan komen.

Dit bleek onlangs nog eens in een handhavingszaak over een illegaal gebouwde sleufsilo.

Regel
In ons Wabo-tijdperk kennen we 2 typen vergunningvrije bouwwerken:

1. Bouwwerken die helemaal geen vergunningplicht kennen (artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht / Bor).
2. Bouwwerken die ook niet (bouw)vergunningplichtig zijn, zolang deze maar passen binnen het bestemmingsplan (artikel 3 bijlage II Bor).

Onder het laatste type bouwwerken worden ook de volgende bouwwerken (geen gebouwen zijnde) geschaard die in het achtererfgebied te vinden zijn en gebruikt worden voor de agrarische bedrijfsvoering:

a. Een voeder- of mestsilo.
b. Of een ander bouwwerk niet hoger dan twee meter.

Aldus artikel 3, zesde lid bijlage II Bor. Tot zover dé regel.

Geschiedenis van dé regel
Goed, zolang het bouwwerk aan deze eisen voldoet, is er geen bouwvergunning (of zo je wilt: omgevingsvergunning) meer nodig.

Maar stel, je hebt als agrariër een sleufsilo die hoger is dan 2 meter. Wanneer je deze sleufsilo nou gebruikt voor de opslag van veevoeder, dan maakt het toch niks uit dat de sleufsilo hoger is dan 2 meter? Deze ‘voedersilo’ is immers vergunningvrij (zolang passend binnen het bestemmingsplan). Er staat bij een voedersilo in het Besluit omgevingsrecht (Bor) zelfs geen maximale hoogtemaat bij.

Tja, creatief. Maar die vlieger gaat helaas niet op. Omdat er in het Bor geen definitie van een voedersilo te vinden is, verdiep je dan in de (wets)geschiedenis van het Bor (Nota van Toelichting, blz. 157, Stb. 2010, 143). Die leert je dat je met ‘een ander bouwwerk niet hoger dan twee meter’ (artikel 3, zesde lid onder b Bor) moet denken aan kuilvoer- en mestplaten, brandstof-, melk- en spoelwatertanks, maar óók aan sleufsilo’s.

Dat je nu een sleufsilo gebruikt om veevoeder op te slaan maakt niks uit. In de toelichting van het Bor wordt geen verschil gemaakt tussen sleufsilo’s die worden gebruikt voor de opslag van veevoeder en sleufsilo’s die voor andere doeleinden worden gebruikt.

Het gaat om de bouwkundige hoedanigheid en niet om het gebruik dat van een silo als opslagplaats wordt gemaakt.

Geschiedenis, wat een mooi vak!

Bron: ABRvS 28 mei 2014, 201308896/1/A1

Frank HabrakenNiet functionele, maar bouwkundige eigenschappen van sleufsilo’s bepalen hun vergunningvrije status