Nieuws

Handige gerechtelijke procesweetjes bij de bestuurlijke lus

Het ‘gevecht’ moet plaatsvinden vóór de tussenuitspraak

Vandaag heeft onze hoogste bestuursrechter nog eens een aantal spelregels uitgelegd die een appellant in acht moet nemen nadat de bestuurlijke lus is toegepast.

Handig om te weten (eigenlijk wel bekend, maar kennelijk nog niet door iedereen). Niet alleen natuurlijk voor een appellant, maar ook wanneer je (namens B&W of de raad) een besluit moet verdedigen.

Bestuurlijke lus voor dummies 😉
Een bestuurlijke lus. Wat is dat ook alweer?

Heb je een fout gemaakt in een ruimtelijk plan of een omgevingsvergunning? En wordt diezelfde fout in beroep pijnlijk bloot gelegd? Geen paniek. Vraag de rechter dan om een tussenuitspraak. Dit noemen we ook wel de ‘bestuurlijke lus’ (afdeling 8.2.2.a Awb).

De rechter kan (is niet verplicht) er dan voor kiezen om jou (namens B&W of de raad) een ‘herkansing’ te geven. Dit zal-ie overigens niet doen wanneer andere belanghebbenden (die niet als partij aan het geding meedoen) daardoor zodanig worden benadeeld dat dit niet meer in verhouding staat.

Enfin, de rechter besluit in jouw geval wel om de bestuurlijke lus toe te passen. Je krijgt dan de kans om de fout te herstellen. Daarmee worden overbodige nieuwe procedures voorkomen en zal het besluit – in verbeterde vorm – sneller een onherroepelijke status krijgen.

De tussenuitspraak (te herkennen aan het kenmerk T1) wordt gevolgd door de einduitspraak. In de einduitspraak houdt de rechter rekening met de manier waarop je het besluit hebt hersteld (tenzij je geen gebruik maakt van die herkansing natuurlijk).

Handige weetjes
Goed, je hebt het gebrek in het besluit hersteld. Partijen krijgen dan de gelegenheid om hun zienswijze over die ‘reparatie’ te geven (artikel 8:51b Awb).

En nou komt-ie. In die zienswijze mag een appellant dan niet zijn ‘oorspronkelijke’ beroepsgronden uitbreiden met nieuwe beroepsgronden die nog niet eerder door hem zijn aangekaart. Doet de appellant dat toch, dan worden deze niet inhoudelijk behandeld.

Dit zou ook haaks staan op een efficiënte geschilbeslechting, die bij onze wetgever hoog in het vaandel staat (zie ook artikel 6:13 Awb). Daarnaast is het in strijd met de rechtszekerheid van andere partijen. Die ‘nieuwe’ beroepsgronden had hij dan maar tegen het oorspronkelijke besluit naar voren moeten brengen.

Verder heeft onze hoogste bestuursrechter nog eens duidelijk gemaakt dat het oordeel in de tussenuitspraak eigenlijk niet ter discussie kan staan. Zeer uitzonderlijke gevallen daargelaten.

Handige gerechtelijke procesweetjes dus. Doe er je voordeel mee.

Bron: ABRvS 2 juli 2014, 201211044/3/A1

Frank HabrakenHandige gerechtelijke procesweetjes bij de bestuurlijke lus