Nieuws

Rechtsbescherming tegen weigering vaststellen bestemmingsplan kan voor een aanvrager een vervelende bijsmaak hebben

Of een gemeenteraad nou een bestemmingsplan vaststelt of weigert vast te stellen, dat is voor de beroepsmogelijkheden één pot nat (artikel 6:2 onder a Awb). In beide gevallen kun je dit besluit uiteindelijk aan de Kneuterdijk in Den Haag (‘residence’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) aanvechten (zie ook bijlage 2 Awb, artikel 2 onderdeel Wro onder a).

Maar de rechtsbescherming van dergelijke besluiten kent verschillende smaken. Er zit zelfs een vervelend bijsmaakje aan.

3 smaken
Nu kennen we bestemmingsplannen die ambtshalve worden vastgesteld en plannen die op aanvraag (artikel 1:3, lid 3 Awb) worden vastgesteld. Maar wanneer de raad deze plannen helemaal niet ziet zitten en daarom weigert deze plannen vast te stellen, dan kan het rechtsbeschermingstraject naar de Afdeling verschillend verlopen.

Er zijn 3 smaken:
1. B&W hebben een ontwerpplan in procedure gebracht. Je hebt hiervoor echter geen aanvraag ingediend. Een ambtshalve vast te stellen bestemmingsplan dus. Alleen de raad stelt helemaal niks vast. Tegen deze (schriftelijke) weigering staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling. Een bezwaarprocedure is niet aan de orde. Het bestemmingsplan is immers voorbereid met de zogenaamde ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’ van afdeling 3.4 Awb (zie immers artikel 3.8 Wro) en in dat geval moet je rechtstreeks beroep bij de rechter instellen (artikel 7:1, lid 1 onder d Awb).
2. Je hebt voor een bestemmingsplanherziening wel een aanvraag ingediend, maar deze wordt door B&W direct geweigerd. Tip voor planjuristen tussendoor: je kunt je veel tijd besparen door afwijzingen van aanvragen voor een bestemmingsplanherziening te mandateren aan B&W (zie ABRvS 8 mei 2013, TBR 2013/98). Enfin, in dat geval wordt er dus geen ontwerpplan in procedure gebracht. Ben je het hier niet mee eens, dan moet je eerst een bezwaarschrift bij de raad indienen voordat je naar de Afdeling stapt. Volgens artikel 3.9 Wro is immers artikel 3.8 Wro niet van toepassing wanneer er een aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen wordt afgewezen. Dit weigeringsbesluit wordt daarom niet voorbereid met afdeling 3.4 Awb en dat betekent weer dat je eerst bezwaar moet aantekenen voordat je in beroep gaat (artikel 7:1, lid 1 Awb). Bent u er nog?
3. B&W hebben een ontwerpplan op jouw aanvraag in procedure gebracht, maar de raad weigert het ontwerpplan vast te stellen. Aangezien het ontwerpplan is voorbereid met afdeling 3.4 Awb (artikel 3.8 Wro), is een bezwaarfase niet aan de orde (artikel 7:1, lid 1 onder d Awb), ook al is er voor het ontwerpplan een aanvraag ingediend.

Vervelende bijsmaak
Tja, waarom makkelijk doen als het moeilijk kan, nietwaar? Goed, vanuit de systematiek van de Awb zijn deze 3 smaken op zich wel thuis te brengen, maar als je bedenkt dat de wetgever (artikel 7:1, lid 1 onder d Awb) een bezwaarschriftprocedure te veel van het goede vindt wanneer er al een procedure van afdeling 3.4 Awb is gevolgd, dan geven de rechtsbeschermingsmogelijkheden voor de aanvrager toch een vervelende bijsmaak.

Waarom? Nou, in feite krijg je als belanghebbende altijd (minimaal) 2 mogelijkheden om een in jouw ogen nadelig besluit aan te vechten. Of je dat nou doet met een zienswijze en daarna een beroepschrift (zie smaak 1), of met een bezwaarschrift en daarna een beroepschrift (zie smaak 2); er zijn altijd 2 kansen om je gelijk te halen.

Maar wanneer er op jouw verzoek een ontwerp in procedure wordt gebracht, dan komt het in de praktijk toch niet vaak voor (tenzij B&W en jij de zaakjes niet goed hebben afgestemd) dat je dan met een zienswijze in het geweer komt tegen je eigen ontwerpplan. En wanneer de raad dan vervolgens toch weigert het ontwerpplan vast te stellen (zie smaak 3), dan heb je in feite als initiatiefnemer nog maar 1 kans om deze beslissing aan te vechten, namelijk bij de Afdeling.

‘Nou zeg! Ik heb heel veel kosten gemaakt voor dat ontwerpplan en het college heeft het ontwerpplan toch in procedure gebracht?’

Dat mag zo zijn, maar uiteindelijk is het de raad die bepaalt of je bestemmingsplan wordt vastgesteld of niet. Een beroep op het vertrouwensbeginsel is dan vrijwel kansloos (zie ook ABRvS 15 februari 2012, 201109207/1/R2).

Bron: onder meer ABRvS 23 oktober 2013, TBR 2013/183, noot

Frank HabrakenRechtsbescherming tegen weigering vaststellen bestemmingsplan kan voor een aanvrager een vervelende bijsmaak hebben