Nieuws

Beleids- en beoordelingsvrijheid van een binnenplanse afwijking verdwijnt als sneeuw voor de zon na de fatale termijn

Aanvragen voor een binnenplanse afwijking kun je na afloop van de ‘fatale termijn’ niet nog even toetsen aan de voorwaarden die hieraan in het bestemmingsplan zijn gesteld. Althans, voor zover in die voorwaarden beoordelingsvrijheid zit.

Maar met een beetje geluk kun je nog een herkansing krijgen.

Voorbeeldje
Een voorbeeldje: uit je bestemmingsplantoets blijkt dat een aanvraag voor de bouw van een bedrijfswoning past binnen de objectieve kaders van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (de lichtste variant van artikel 2.12 Wabo). Denk bij deze kaders vooral aan de bouwregeltjes van deze afwijkingsbevoegdheid, zoals de maximale inhoud van een bedrijfswoning.

Wanneer de gewenste woning niet had gepast binnen die maximale maat, dan moet je vaak ‘uitwijken’ naar een ‘Wabo-projectbesluit’ (de zwaarste variant van artikel 2.12 Wabo).

Maar goed, de bedrijfswoning past dus binnen de objectieve kaders van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Met dit gegeven gaat de klok onverbiddelijk doortikken.

Let op: die klok begint te tikken een dag na ontvangst van de aanvraag. Dat lijkt een open deur omdat de wettekst (artikel 3.9 Wabo) dit ook zegt, maar de wetsgeschiedenis van de Wabo gaat uit van de dag van ontvangst van de aanvraag.

Getreuzel
Enfin, na afloop van de beslistermijn van 8 weken (eventueel na verdaging 14 weken) kan getreuzel (om wat voor reden dan ook) leiden tot een fictieve vergunning (artikel 3.9 Wabo en paragraaf 4.1.3.3 Awb). In dit geval een omgevingsvergunning voor het bouwen en binnenplans afwijken van het bestemmingsplan.

En ja, er ontstaat ook een fictieve vergunning wanneer je nog geen gelegenheid hebt gehad om de aanvraag te toetsen aan de ‘overige’ voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Dat zijn de voorwaarden waarbij het college beoordelingsvrijheid heeft, zoals bijvoorbeeld de beoordeling of die bedrijfswoning nou wel noodzakelijk is.

Maar vergeet niet dat ook de binnenplanse afwijkingbevoegdheid zelf gepaard gaat met beleidsvrijheid. B&W kunnen immers hiervan gebruik maken. Zij zijn dit niet verplicht. Nou, wel dus wanneer die beslistermijn afloopt zonder dat er een reëel besluit (en dat kan natuurlijk ook een weigering van de aanvraag zijn) is genomen. Dan blijft er niets meer van die beleidsvrijheid over.

Herkansing
Kans verkeken dus! Tenzij er iemand bezwaar aantekent tegen die omgevingsvergunning. Dan krijg je een herkansing voor wat betreft die beleids- en beoordelingsvrijheid.

Bron: ABRvS 18 juli 2013, BR 2013/150, noot en ABRvS 9 oktober 2013, TBR 2013/185, noot

Frank HabrakenBeleids- en beoordelingsvrijheid van een binnenplanse afwijking verdwijnt als sneeuw voor de zon na de fatale termijn