Nieuws

Ik ben al 5 jaar bezig met bezwaar en beroep! Mag ik effe 1000 euro vangen?!

Wanneer je met een gemeente overhoop ligt over – bijvoorbeeld – een handhavingsbesluit of een omgevingsvergunning, dan moet uiteindelijk de rechter vaststellen wat de rechten en plichten in deze zaak zijn. Maar dat moet niet te lang duren natuurlijk. Maar ja, wat is niet te lang en staat hier dan een sanctie op?

Nou, de eerste uitspraak van de grote kamer spreekt vandaag klare taal! Wanneer het bezwaar en beroep bij elkaar opgeteld straks 5 jaar duurt, dan heb je recht op € 1000!

Rechten van de mens
In Europa kennen we immers het fundamentele recht dat jouw zaak binnen een ‘redelijke termijn’ door een rechter wordt behandeld. Niemand zit immers te wachten op langslepende rechtszaken. Dat staat simpel gezegd in artikel 6, eerste lid van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Primeur van de grote kamer
Maar hoelang duurt een ‘redelijke termijn’? Die termijn is nu voor alle bestuursrechtelijke geschillen bepaald op 4 jaar. Dit geldt dan voor geschillen die bestaan uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties.

Daarmee is er eindelijk sprake van een uniforme ‘redelijke termijn’ in ons bestuursrecht. Of je nu een zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven hebt lopen, overal is die termijn gelijk.

De ‘redelijke termijn’ is vandaag namelijk bepaald door de bestuursrechtelijke grote kamer. Een primeur! Sinds de wetgever deze mogelijkheid (vanaf 1 januari 2013) heeft geboden is het de eerste keer dat deze grote kamer een uitspraak doet over een ‘collegeoverstijgende’ rechtsvraag.

Alle 3 de bestuursrechtelijke colleges zijn in de grote kamer vertegenwoordigd. Daardoor krijgen we eenduidige antwoorden op vragen over het algemene bestuurs(proces)recht, het Europese of internationale recht of kwesties op het grensvlak van het bestuursrecht en het civiele recht of het strafrecht.

Zaken in ons omgevingsrecht worden uiteindelijk beslecht door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en die hanteerde tot op heden een ‘redelijke termijn’ van 5 jaar (onder meer ABRvS 5 oktober 2011, 201100519/1/H2).

Maar met deze uitspraak van de grote kamer sluit de Afdeling aan bij de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep en de College van Beroep voor het bedrijfsleven. Die gingen immers al uit van een redelijke termijn van 4 jaar.

‘Berekening’ redelijke termijn
In beginsel begint deze termijn te lopen wanneer een bezwaarschrift tegen een besluit is ingediend. Niet dus wanneer er een aanvraag of een verzoek op tafel ligt.

Daarna mogen de bezwaar- en beroepsfase samen niet langer duren dan 2 jaar. Voor de bezwaarfase bij het bestuursorgaan ga je uit van een redelijke termijn van een half jaar en voor de procedure bij de rechtbank ga je uit van een redelijke termijn van anderhalf jaar. Vervolgens mag het hoger beroep ook niet langer duren dan 2 jaar. Bij elkaar opgeteld kom je dus op 4 jaar.

Overigens mag je de tijd van de zogenoemde prejudiciële procedure bij het Hof van Justitie in Luxemburg niet meetellen. Vragen door onze nationale bestuursrechters bij dit Hof over het Europese recht leiden al gauw tot overschrijding van de redelijke termijn, maar die termijn mag je dus niet bij je optelsom van de redelijke termijn gebruiken.

Sanctie overschrijding redelijke termijn
Wordt die redelijke termijn niet gehaald, dan mag je € 500 (immateriële) schadevergoeding voor ieder half jaar overschrijding vangen van de overheid.

Let wel: artikel 6 van het EVRM heeft alleen betrekking op de behandeling binnen een redelijke termijn door de rechter en niet door het bestuursorgaan. Wanneer de bezwaarfase veel te lang heeft geduurd en de zaak wordt vervolgens niet meer aan de rechter voorgelegd, dan kun je die schadevergoeding vergeten.

Alleen wanneer het bewaar en beroep samen de redelijke termijn overschrijden, dan kijkt de rechter of die termijnoverschrijding nou is toe te rekenen aan het bestuursorgaan of de rechter.

Overgangsregeling
De redelijke termijn van 4 jaar geldt voor bezwaar- en beroepsprocedures die volgen op besluiten die na 1 februari 2014 bekend worden gemaakt. Voor besluiten van vóór die datum wordt door de Afdeling nog een redelijke termijn van 5 jaar gehanteerd. En dan mag de bezwaarprocedure niet langer duren dan 1 jaar, het beroep bij de rechtbank 2 jaar en het hoger beroep ook 2 jaar.

Verzachtende omstandigheden
Zijn dit dan keiharde termijnen? Nee, de volgende omstandigheden spelen een rol bij de beoordeling of er echt sprake is van een termijnoverschrijding:

• Hoe ingewikkeld is de zaak? Wanneer een zaak overigens vrij gemakkelijk is, werkt het ook weer niet zo dat de termijnen korter moeten zijn. Die vlieger gaat niet op (rechtbank Utrecht, 5 augustus 2011, LJN: BR4308).
• Hoe wordt de zaak door het bestuursorgaan en de rechter behandeld?
• Het processuele gedrag van de eiser tijdens de gehele procesgang.

Bron: vandaag bepaald door ABRvS 29 januari 2014, 201302106/1/A2

Frank HabrakenIk ben al 5 jaar bezig met bezwaar en beroep! Mag ik effe 1000 euro vangen?!