Nieuws

Vermeend horen, zien en zwijgen van een toezichthouder leidt nooit tot een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel

‘Mijn berging is wel zonder bouwvergunning gebouwd, maar de gemeente zei dat de berging was toegestaan. En tijdens een controle zei die toezichthouder ook niets over die berging!’ Aldus een overtreder van het verbod om een vergunningplichtig bouwwerk te bouwen zonder omgevingsvergunning.

Het zijn argumenten die wel vaker door een overtreder ter sprake worden gebracht in de hoop de rechter te verleiden om op grond van het vertrouwensbeginsel het handhavingsbesluit te vernietigen.

Maar met deze loze argumenten is een rechter gauw klaar mee. Wanneer de overtreder dit beroep op het vertrouwensbeginsel niet onderbouwd met concrete en ondubbelzinnige toezeggingen door het bevoegde gezag (in dit geval B&W), dan kan hij die vernietiging van het handhavingsbesluit wel vergeten.

Dus mocht je als toezichthouder een overtreding van (bijvoorbeeld) een Wabo-verbod over het hoofd hebben gezien (hetgeen altijd een keer kan gebeuren), dan kan dit voor de overtreder nooit tot een vrijbrief leiden om die overtreding maar te laten bestaan.

Bron: ABRvS 4 september 2013, 201300795/1/A1

Frank HabrakenVermeend horen, zien en zwijgen van een toezichthouder leidt nooit tot een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel