Nieuws

Wat moet je doen wanneer je bestemmingsplan maar niet wordt vastgesteld?

Je hebt bij je gemeente een aanvraag ingediend voor een bestemmingsplan en je verwacht natuurlijk dat jouw zaak voortvarend wordt opgepakt.

Maar goed, voor de bestemmingsplanprocedure gelden ‘termijnen van orde’. Niet bepaald harde termijnen dus. Maar we kennen sinds 2009 toch de Wet dwangsom? Daarmee kan ik toch bij de gemeente een besluit forceren?

Vette pech
Nee, niet dus. De Wet dwangsom geldt alleen voor een ‘beschikking op aanvraag’ (zie artikel 4:17 Algemene wet bestuursrecht). En hét kenmerk van een beschikking is dat het geen besluit is van ‘algemene strekking’ (artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht). Vette pech dus. Een bestemmingsplan heeft namelijk een rechtskarakter van een algemeen verbindend voorschrift. De rechtsgevolgen zijn vergelijkbaar met een verordening.

Met andere woorden: de Wet dwangsom kan jou niet helpen om sneller jouw gewenste bestemmingsplan vastgesteld te krijgen.

Lege handen?
Sta je dan helemaal met lege handen? Nee, dat ook weer niet.

Na de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan heeft de raad 12 weken om het bestemmingsplan vast te stellen (artikel 3:8, eerste lid, onder e Wet ruimtelijke ordening).

Gebeurt dit niet, stel de raad dan in gebreke. Schriftelijk uiteraard. Wacht dan twee weken af. Mocht je bestemmingsplan dan nog steeds niet zijn vastgesteld, ga dan in beroep tegen het ‘niet tijdig nemen van het besluit’ (artikel 6:12 Algemene wet bestuursrecht). Wanneer het gaat om de spelregels van onze bezwaar- en beroepprocedures wordt ‘het niet tijdig nemen van een besluit’ immers gezien als een besluit (artikel 6:2, onder b Algemene wet bestuursrecht).

De termijnen van een bestemmingsplanprocedure zijn weliswaar ‘soft’, maar het niet naleven van deze termijnen is dus niet helemaal straffeloos.

Rechterlijk mes op de keel
Nu, onze hoogste bestuursrechter vindt dat je wel gelijk hebt. Het vaststellingsbesluit van je bestemmingsplan is te laat genomen. Dan zal de rechter simpelweg bepalen dat de raad dit alsnog op korte termijn moet doen en wel op straffe van een dwangsom (artikel 8:55d Algemene wet bestuursrecht). Daarmee wordt dus het rechterlijk mes op de keel gezet. Overigens kan de rechter bij het bepalen van deze termijn rekening houden met het vergaderschema van de raad.

O ja, omdat je door de rechter gelijk hebt gekregen, krijg je ook nog eens een vergoeding van de proceskosten. Deze kosten zullen in de praktijk echter wel meevallen. Beroepsprocedures over besluiten die ‘te laat zijn genomen’ worden vaak zonder zitting afgedaan. In de meeste gevallen zijn deze zaken niet zo moeilijk.

Bron: onder meer ABRvS 8 mei 2013, TBR 2013/98, noot en ABRvS 21 maart 2013, 201300867/2/R2

Frank HabrakenWat moet je doen wanneer je bestemmingsplan maar niet wordt vastgesteld?