Nieuws

‘Primaat van de aanvraag’ bepaalt in grote mate het werk van een vergunningverlener

Een algemeen erkend uitgangspunt in ons bestuursrecht is dat het college van B&W (bij omgevingsvergunningen) alleen ‘op de grondslag van de aanvraag’ beslist. Maar let op! Dit gaat verder dan je misschien denkt.

Primaat van de aanvraag
Een voorbeeldje. Wanneer de aanvrager in zijn aanvraag aangeeft dat hij een omgevingsvergunning wil om binnenplans af te wijken van een bestemmingsplan, dan moet je dit ook als richtsnoer nemen. Ook al weet je dat er eigenlijk een ander afwijkingsbesluit (in de zin van artikel 2.12 Wabo) nodig is. Het ‘primaat van de aanvraag’ heet dat dan.

Gevolg: de voorbereidingsprocedure (regulier in plaats van uitgebreid), maar ook je toetsingskader voor de aangevraagde omgevingsvergunning is dan al bepaald.

Maar kan ik dan niet even (ambtshalve) de aanvraag omzetten naar het juiste afwijkingsbesluit? Nee, dat mag niet.

2 oplossingen
Wat dan te doen? Nou, er zijn 2 oplossingen:

1. Stel de aanvrager tijdig (hier kom ik nog op terug) in de gelegenheid om zijn aanvraag aan te passen met de juiste grondslag (van artikel 2.12 Wabo) om af te wijken van het bestemmingsplan. Anders komt zijn vergunning immers in het geding. Deze aanpassing kun je zien als een ondergeschikte wijziging van de aanvraag. Deze optie is sowieso slim. De rechter verwacht namelijk dat je met de aanvrager meedenkt wanneer een kleine aanpassing van de aanvraag (alsnog) leidt tot de gewenste vergunning.
2. Maar wanneer je in tijdnood komt (de reguliere procedure kent immers een fatale termijn!), neem dan binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag óf een verdagingsbesluit óf weiger de vergunning (artikel 3.9 Wabo). Doe je dit niet tijdig, dan is de vergunning van rechtswege verleend (artikel 3:9, derde lid Wabo en artikel 4:20b, eerste lid Awb).

Kortom, voor vergunningverleners is het ‘primaat van de aanvraag’ een belangrijke factor om rekening mee te houden!

Bron: ABRvS 20 februari 2013, TBR 2013/56, noot

Frank Habraken‘Primaat van de aanvraag’ bepaalt in grote mate het werk van een vergunningverlener