Nieuws

Is onze hoogste bestuursrechter een voetballiefhebber?

In een woonwijk ligt een voetbalveldje. Kinderen spelen hier graag iedere dag hun eigen ‘Champions League’. Kan een buurtbewoner dan roepen dat het schoppen tegen een bal een irritant geluid maakt?

Nee. Wanneer er op dat veldje tegen een bal wordt geschopt, dan veroorzaakt dat geen zogenaamd ‘impulsgeluid’. Dit geluid vindt onze hoogste bestuursrechter immers niet irritant.

Impulsgeluid?
Geluid speelt vaak een belangrijke rol bij het nemen van – bijvoorbeeld – een ruimtelijk besluit. Geluid heeft immers (nadelige) gevolgen voor ons woon- en leefklimaat.

Alleen de mate waarin dit geluid een rol speelt is afhankelijk van verschillende factoren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de frequentie waarmee het geluid optreedt, het tijdstip (overdag, ’s avonds of ’s nachts), de duur, het niveau en/of het karakter van het geluid.

En die laatste factor bepaalt of een geluid irritant is of niet. Een impulsgeluid dus. Dit geluid wordt – over het algemeen – als extra hinderlijk ervaren.

Volgens onze Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening zijn impulsgeluiden tonaal geluid, geluid met een impulsachtig karakter en muziekgeluid. Maar goed, vooral die laatste is natuurlijk een kwestie van goede (muziek)smaak, nietwaar?

Enfin, wanneer er bij je ruimtelijk besluit een (of meer) van deze geluiden een rol van betekenis spelen, dan moet er een (straf)toeslag van 5 dB(A) op de gemeten (of berekende) geluidsbelasting in meerdering worden gebracht voordat aan de geluidvoorschriften wordt getoetst.

Overigens, wanneer er sprake is van én een tonaal én een impulsachtig geluid, dan wordt deze toeslag maar één keer toegepast.

Balletje trappen
Tegen een balletje trappen geeft dus geen irritant geluid. Waarom niet? Nou, hiervoor wordt in de uitspraak teruggevallen op de – al eerdergenoemde – Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. Wanneer je immers bij ruimtelijke besluiten de akoestische situatie in beeld moet brengen, dan kun je hiervoor deze Handreiking gebruiken.

En volgens de Handreiking bestaat impulsgeluid uit geluidstoten die minder dan één seconde duren en met enige regelmaat voorkomen. Als voorbeeld wordt dan genoemd het geluid van een stansmachine. Ook blaffende honden geven een impulsgeluid (zie ABRvS 9 november 2011, 201102816/1/H3).

Maar het geluid van het schoppen tegen een voetbal is heel wat anders. Aldus de Afdeling. Een straffactor van 5 dB(A) was in deze zaak daarom niet aan de orde.

Tja, het is maar hoe je het bekijkt. Het geluid van een schop tegen de bal duurt toch ook niet meer dan één seconde en komt – zeker bij een goede voetbalpot – met enige regelmaat voor.

Wellicht was de desbetreffende rechter een voetballiefhebber? Hoe dan ook, hij vond (en vindt) een trap tegen het leer géén irritant geluid. Het hoe en waarom is voer voor akoestische specialisten.

Bron: ABRvS 20 maart 2013, 201109654/1/R1

Frank HabrakenIs onze hoogste bestuursrechter een voetballiefhebber?