Nieuws

Het definiëren van het begrip ‘bouwwerk’ onder het motto: waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?

Bestuursrechter volgt netjes de wetgever
In de nazomer van afgelopen jaar heeft onze hoogste bestuursrechter gezegd dat een ‘bouwwerk’ onder de Wabo niet anders is dan een ‘bouwwerk’ onder de Woningwet.

Voor een definitie van ‘bouwwerk’ moet je dus gewoon kijken in de model-bouwverordening. Hier tref je de volgende definitie van een ‘bouwwerk’ aan: ‘elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.’

En deze consequente uitleg van het begrip ‘bouwwerk’ is precies volgens de wens van onze wetgever (Kamerstukken II 2006/07, 30 844, nr. 3, p. 91-92). Alle jurisprudentie (toegegeven: deze is vrij casuïstisch) die onder de Woningwet over het begrip ‘bouwwerk’ is uitgesproken kun je dus gewoon onder de Wabo blijven gebruiken.

Minister volgt niet de wetgever
Maar uit de koker van onze minister van Infrastructuur en Milieu komen de standaarden voor de ruimtelijke ordening, zoals de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen. Bij de RO-mensen beter bekend als het SVBP 2008. Met deze regeling worden alle bestemmingsplannen in Nederland op dezelfde manier opgebouwd en zien ze er hetzelfde uit (paragraaf 1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening).

Nu worden in het SVBP ook definities aan (standaard)begrippen gekoppeld, die je in (artikel 1, de begripsbepalingen van) de meeste bestemmingsplannen terug ziet komen. Deze definities worden door de minister ‘voorgekauwd’. Je mag de standaardbegrippen wel aanvullen, maar deze aanvulling mogen de in het SVBP opgenomen begrippen niet tegenspreken.

Terug naar het begrip ‘bouwwerk’. In het SVBP 2008 is het begrip ‘bouwwerk’ als volgt gedefinieerd: ‘elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.’

Vreemd genoeg wijkt deze definitie enigszins af van de definitie van een ‘bouwwerk’ die door de jurisprudentie (zowel onder de Woningwet, als – nu ook – onder de Wabo) wordt gedragen.

Aangezien je de definities van het SVBP in je bestemmingsplan moet opnemen én gelet op het feit dat begrippen in het bestemmingsplan doorslaggevend zijn voor de vraag wat je nou precies onder een bepaald bestemmingsplanbegrip moet verstaan (ABRvS 15 september 2004, AB 2004, 356), krijg je dus in de praktijk te maken met afwijkende definities van het begrip ‘bouwwerk’ in enerzijds een bestemmingsplan en anderzijds in Wabo gerelateerde zaken.

Sterker nog, de minister vergroot (?) nog eens de verschillen tussen het begrip ‘bouwwerk’ in een bestemmingsplan en het begrip ‘bouwwerk’ onder de Wabo.
Wanneer je immers vanaf 1 juli 2013 bestemmingsplannen in procedure brengt, moet je – gelet op de geactualiseerde versie van het SVBP (2012) – voor het begrip ‘bouwwerk’ de volgende definitie in je plan opnemen: ‘Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.’

Enfin, deze verschillende definities van het begrip ‘bouwwerk’ zullen ongetwijfeld (en onnodig) weer leiden tot verhitte discussies en de nodige jurisprudentie.

Tja, waarom makkelijk doen, als het moeilijk kan, nietwaar?

Bron: onder meer ABRvS 12 september 2012, TBR 2013/12, noot

Frank HabrakenHet definiëren van het begrip ‘bouwwerk’ onder het motto: waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?