Nieuws

Straatmeubilair is omgevingsvergunningvrij. Maar is dat altijd zo?

Nou, dat ligt er aan waar het straatmeubilair staat. Eigenlijk zit het antwoord al verscholen in het woord ‘straatmeubilair’.

Vergunningvrij
Voor straatmeubilair hoef je geen omgevingsvergunning aan te vragen. Dat was zo onder het regime van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). En dat is onder het huidige regime van het Besluit omgevingsrecht (Bor) niet anders.

Ook de vraag wat je verstaat onder ‘straatmeubilair’ wordt nu niet anders beantwoord (Stb. 2010, 143, blz. 152). Maar helaas ontbreekt er in het Bor een definitie van dit begrip. Wel gaf de toelichting van het Bblb een paar voorbeelden waar je aan kunt denken. Namelijk zitbanken, plantenbakken, die dingen (Stb. 2002, 410, blz. 38).

Locatie straatmeubilair
Maar een opsomming van zaken die je als straatmeubilair mag betitelen is blijkbaar niet het hele verhaal. Het Bor koppelt de vergunningvrije status alleen aan straatmeubilair wanneer deze bouwwerken een bijdrage leveren aan ‘infrastructurele of openbare voorzieningen’ (artikel 2 onder 18 van bijlage II Bor).

Voor onze hoogste bestuursrechter was dit in deze zaak blijkbaar nog niet duidelijk genoeg. De ‘Dikke van Dale’ werd van stal gehaald. Voor specialisten in het omgevingsrecht en –kunde blijkt dit woordenboek wel vaker een goede boekentip te zijn (ABRvS 13 juni 2012, 201111257/1/A1).

In dit grote woordenboek van onze Nederlandse taal zie je dan dat zitbanken en lantaarnpalen weliswaar straatmeubilair zijn, maar bepalend is dat dit meubilair aan de openbare weg staat.

Open deur, zou je zeggen. Alleen worden lantaarnpalen in beroepszaken kennelijk nog wel eens verward met vergunningplichtige lichtmasten bij sportvelden of paardenbakken. Maar die masten hebben natuurlijk een andere ruimtelijke uitstraling dan lantaarnpalen aan de rijweg of het trottoir.

Bron: ABRvS 24 oktober 2012, 201201000/1/A1

Frank HabrakenStraatmeubilair is omgevingsvergunningvrij. Maar is dat altijd zo?