Nieuws

Privaatrechtelijk checken of een aanvrager wel op het betrokken perceel mag bouwen is geen overbodige luxe

Je wil op een perceel iets (vergunningplichtig) bouwen. Klein probleem: het perceel is niet van jou. Ook heb je geen toestemming van de eigenaar waaruit blijkt dat je op dit perceel jouw bouwplan mag realiseren. Het mag dan duidelijk zijn dat het bouwplan nooit gerealiseerd kan worden.

Maar je bent nogal eigenwijs ingesteld en je dient toch een verzoek in voor een omgevingsvergunning voor bouwen. Hier schiet je echter hier weinig mee op. Jouw verzoek is namelijk geen verzoek van een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb. Het bouwplan kan immers nooit gerealiseerd worden en je hebt daarom ook geen rechtstreeks belang bij het aangevraagde besluit. Je verzoek kan dus nooit als een ‘aanvraag om een besluit te nemen’ worden aangemerkt (artikel 1:3, derde lid Awb). B&W moeten jouw aanvraag buiten behandeling laten.

Nog even voor de ‘andere kant van de tafel’: bouwplantoetsers doen er dus slim aan om bij een aanvraag goed te checken of de aanvrager eigenlijk wel een belanghebbende is.

Is de aanvrager eigenaar, dan is dit niet zo moeilijk. Maar wanneer – bijvoorbeeld – een aannemer op andermans grond gaat bouwen, is een machtiging van de eigenaar of de rechthebbende op het gebruik van de zaak geen overbodige luxe. Je hebt dan een mooi sluitend verhaal.

Bron: onder meer ABRvS 14 november 2012, 201202006/1/A1

Frank HabrakenPrivaatrechtelijk checken of een aanvrager wel op het betrokken perceel mag bouwen is geen overbodige luxe