Nieuws

Respect voor natuur & ‘natuurbeschermingsspelregels’ voorkomt dat je bestemmingsplan gigantisch onderuit gaat

Ligt er in je gemeente of in de buurt van je gemeente een Natura 2000-gebied en wil je een bestemmingsplan vaststellen, kijk dan altijd ‘even’ of de beoogde ontwikkeling die je met dit bestemmingsplan mogelijk maakt (of in combinatie met andere plannen of projecten) ecologische gevolgen heeft voor dat natuurgebied.

Impact op doelstellingen Natura 2000-gebied
Hierbij moet je rekening houden met het doel van het betreffende Natura 2000-gebied, namelijk het voortbestaan van bepaalde diersoorten of planten en hun leefgebied. Dit zijn de zogenaamde ‘instandhoudingsdoelstellingen’. Deze doelstellingen kun je terugvinden in het aanwijzingsbesluit van een Natura 2000-gebied.

Zijn de gevolgen van je bestemmingsplan ‘significant’ negatief voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied? Of kun je dit niet helemaal uitsluiten? In dat geval moet je een passende beoordeling maken (artikel 19j, lid 2 Natuurbeschermingswet 1998).

Voortoets of passende beoordeling
Vaak wordt er eerst een voortoets opgesteld. Hieruit moet dan blijken of het bestemmingsplan negatieve significante effecten heeft voor een Natura 2000-gebied. Blijkt uit deze voortoets dat deze effecten zijn uitgesloten, dan hoef je ook geen passende beoordeling te maken.

De verschillen tussen de voortoets en de passende beoordeling zijn niet altijd even duidelijk. Afgezien van het feit dat het bij beiden gaat om ecologische onderzoeken, zijn er toch wezenlijke verschillen.

Anders dan de passende beoordeling (artikel 19j, lid 2 Natuurbeschermingswet 1998), wordt de voortoets nergens in een wet genoemd.

Ook is inmiddels wel duidelijk dat mitigerende maatregelen niet thuis horen in de voortoets. Met deze maatregelen kunnen schadelijke effecten van je plan op natuurwaarden worden opgeheven of op zijn minst verminderd.
Maar deze ‘verzachtende’ maatregelen mogen niet al in de voortoets bij de beoordeling of er sprake is van significante effecten worden betrokken. Deze maatregelen mag je pas in de passende beoordeling erbij betrekken (ABRvS 7 mei 2008, Gst. 2008/97).

Dus als je mitigerende maatregelen moet treffen om de significante gevolgen van je bestemmingsplan uit te sluiten, dan is er sowieso een passende beoordeling noodzakelijk (ABRvS 11 april 2012, 201010477/1/R1).

Mitigerende maatregelen mag je dus wel bij de passende beoordeling meenemen. Dat geldt echter niet voor compenserende maatregelen. Overigens is niet altijd duidelijk of bepaalde maatregelen nu mitigerend of compenserend van aard zijn. Maar dat is een hele andere discussie. Dat komt wel een andere keer.

Worst-kaas scenario
Stel nu dat je toch mitigerende maatregelen bij je ‘voortoets-beoordeling’ of er sprake is van significante effecten betrekt. Hierdoor kom je tot de conclusie dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijke impact heeft op een Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling vind je daarom niet noodzakelijk. En daarom laat je een plan-m.e.r.-plicht links liggen. En daar gaat het dan fout!

Wanneer vervolgens in de beroepsprocedure wordt gesteld dat het verkeerd was om je je te beperken tot een voortoets, in plaats van een passende beoordeling en een planMER op tafel te leggen, dan is het over en uit met je bestemmingplan.

Je bent namelijk verplicht een planMER te maken, wanneer voor een bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden verricht (artikel 7.2a, lid 1 Wet milieubeheer). En een plan-m.e.r.-gebrek kan ook niet eventjes met een bestuurlijke lus worden gerepareerd (ABRvS 29 februari 2012, JM 2012/52).

De Afdeling zal zelfs niet eens de moeite nemen om je voortoets een blik waardig te gunnen. Je kunt immers geen planMER overleggen.

Met een sisser aflopen
Mocht je echter toch – om andere redenen – een plan-m.e.r.-procedure hebben doorlopen en heb je alleen maar een voortoets verricht, dan kun je (zelfs nog tijdens de zitting) je voortoets nog tot een passende beoordeling bombarderen. Zelfs al verraadt de kaft van het ecologisch onderzoek dat het eigenlijk toch om een voortoets ging (ABRvS 29 december 2004, 200403311/1). Je fout loopt dan met een sisser af.

Dus…
Als het gaat om de beoordeling van de vraag of een bestemmingsplan significante gevolgen heeft, wees dan heel alert. Als je bij deze beoordeling de fout maakt een passende beoordeling en daardoor een plan-m.e.r.-procedure achterwege te laten, terwijl je deze zaken toch had moeten oppakken, ga er dan maar vanuit dat je bestemmingsplan sneuvelt.

Bron: ABRvS 18 juli 2012, TBR 2012/166, noot

Frank HabrakenRespect voor natuur & ‘natuurbeschermingsspelregels’ voorkomt dat je bestemmingsplan gigantisch onderuit gaat