Nieuws

Welstandseisen kunnen het fundamentele recht op vrije meningsuiting de mond snoeren

Als er een recht is wat gekoesterd moet worden, dan is het wel dat iedereen het recht heeft om zijn of haar mening in alle vrijheid te uiten. Alleen in kwesties over bouwvergunningen voor antennemasten zie je dat dit fundamentele recht in de praktijk niet onbeperkt is.

Vrije meningsuiting via de radio
Stel, er wordt een bouwvergunning aangevraagd voor een antennemast van ruim 8 meter. Met deze mast wil de aanvrager kunnen uitzenden op verschillende radiofrequenties.

Daarmee kan de aanvrager dus gebruik maken van zijn vrijheid om zijn meningen, inlichtingen of denkbeelden de wereld in te slingeren. Het openbaar gezag mag zich hier niet in mengen (artikel 10, eerste lid, van het EVRM).

Grenzen vrije meningsuiting
Maar zoals zo vaak, is het niet de bedoeling dat dit fundamentele recht geen grenzen kent. Dit recht op vrije meningsuiting kan aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties worden onderworpen.

Deze ‘grenzen’ moeten dan wel door de wetgever in het leven zijn geroepen.

Daarnaast moeten deze grenzen noodzakelijk zijn in het belang van – onder meer – de nationale veiligheid, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, etc. (artikel 10, tweede lid EVRM).

Welstandseisen versus vrije meningsuiting
Terug naar de bouwvergunning voor de mast. Nu kan het goed zijn dat omwonenden deze mast maar hinderlijk vinden. Om te bepalen of deze hinder ‘onevenredig bezwarend’ is voor deze omwonenden, moet je kijken naar het uiterlijk van de mast en de aard van de omgeving. Is de mast (door de hoogte) vanaf de straat te zien? En wordt daardoor een rommelig omgevingsbeeld veroorzaakt?

Dan kom je dus uit bij de ‘redelijke eisen van welstand’. En dit is nou een belang dat een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting (in de zin van artikel 10, tweede lid EVRM) rechtvaardigt (ABRvS 14 juli 2010, 200906181/1/H1).

Ligt er dus een negatief welstandsadvies op tafel, dan mag je de bouwvergunning voor de zendmast weigeren. Ongeacht het recht op vrije meningsuiting.

Op deze manier kun je dus bepalen of de mast ‘onevenredige hinder’ voor omwonenden oplevert. Dit zwaarwegend bezwaar geeft jou (namens B&W) dan het recht om de bouwvergunning te weigeren en het recht van de aanvrager op vrije meningsuiting te beperken (ABRvS 26 augustus 2009, 200900576/1/H1).

Bron: vandaag nog een keer bepaald in ABRvS 4 juli 2012, 201111758/1/A1

Frank HabrakenWelstandseisen kunnen het fundamentele recht op vrije meningsuiting de mond snoeren