Nieuws

Provinciale ruimtelijke belangen zijn alleen bikkelhard, wanneer deze in beton van een provinciale verordening zijn gebeiteld

Als je als provincie ervoor kiest om met ‘jouw’ gemeenten slechts bestuurlijke afspraken te maken over provinciale ruimtelijke belangen, dan kun je nog wel eens van een koude kermis thuiskomen. Met zo’n bestuurlijk akkoord creëer je immers niet meer dan een inspanningsverplichting. Hoe je het een en ander ook in het bestuurlijk akkoord formuleert.

Juiste instrument
De reden is eigenlijk vrij simpel. De wetgever heeft immers in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaald, dat je gemeentebesturen kan dwingen om provinciale belangen in acht te nemen, wanneer deze belangen in algemene regels (provinciale verordening) zijn gegoten. Alleen op die manier kun je dus aan gemeentebesturen juridische bindende normen opleggen.

De Afdeling haalt deze wijsheid uit de wetsgeschiedenis van de Wro (Kamerstukken II 2002/03, 28 916, nr. 3, blz. 42). Je moet als provincie altijd afwegen welke provinciale ruimtelijke belangen zo belangrijk zijn, dat andere overheden hier bij de vaststelling van bestemmingsplannen of afwijkingsbesluiten niet omheen kunnen.

Je moet jezelf dan de volgende vragen stellen. Horen deze ruimtelijke belangen echt thuis op provinciaal niveau? En is het noodzakelijk dat deze belangen ook in bindende normen worden verankerd? Is het antwoord op de laatste vraag ‘ja’, dan zijn de algemene regels als bedoeld in artikel 4.1 Wro hét aangewezen instrument.

Verkeerde instrument
Weliswaar kun je uit de wetsgeschiedenis afleiden, dat bestuursovereenkomsten ook hiervoor ingezet kunnen worden, maar dit middel mag je alleen inzetten voor concrete gevallen of wanneer een doelstelling betrekking heeft op één gebied.

Bestuursovereenkomsten lenen zich niet als middel voor algemene normstelling. En daar hebben we het wel over wanneer het gaat om de in acht te nemen provinciale ruimtelijke belangen.

Rekening houden met (maar niet meer dan dat)
In deze zaak was duidelijk genoeg aangetoond dat de gemeente haar best had gedaan om rekening te houden met de provinciale belangen. De gemeente had zich dus keurig gehouden aan de inspanningsverplichting van de bestuursovereenkomst.

En verder stond netjes in de toelichting van het bestemmingsplan hoe de beoogde ruimtelijke ontwikkeling zich verhoudt tot het provinciale beleid.

Maar mocht je als gemeente toch van dit provinciale beleid (gegoten in structuurvisies) afwijken, dan kan dat. Provinciaal beleid bindt immers alleen de provincie. Niet de gemeente. Je moet er natuurlijk wel rekening mee houden. Maar concreet betekent dat ‘slechts’ dat je het provinciale beleid in je belangenafweging moet betrekken. Als het moet zijn kun je dus het provinciale beleid rechtmatig opzij schuiven (ABRvS 2 maart 2011, AB 2011/77).

Dit geldt natuurlijk niet wanneer de provinciale ruimtelijke belangen – anders dan in deze zaak – in gewapend beton van een provinciale verordening zijn gebeiteld.

Bron: afgelopen woensdag bepaald in ABRvS 27 juni 2012, 201108336/1/T1/R1

Frank HabrakenProvinciale ruimtelijke belangen zijn alleen bikkelhard, wanneer deze in beton van een provinciale verordening zijn gebeiteld