Nieuws

De Gezondheidsraad geeft dit jaar de doorslag of zorgen over MRSA en Q-koorts ruimtelijk relevant zijn

Als je een bestemmingsplan of een afwijkingsbesluit voor een veehouderij vaststelt, dan roepen tegenstanders al gauw dat risico’s van verspreiding van ziektewekkers zoals MRSA en Q-koorts niet serieus worden genomen. Natuurlijk worden deze serieus genomen, maar in ruimtelijke procedures staan deze bezwaren buitenspel. Nog wel.

Ruimtelijke besluiten
Op 30 mei jl. is nog eens door de Afdeling (ABRvS 30 mei 2012, 201107537/1/T1/R1) bepaald, dat bij ruimtelijke besluiten die gaan over veehouderijen, bezwaren over volksgezondheid eigenlijk geen schijn van kans hebben.

Als je deze besmettelijke dierziekten wil bestrijden, dan doe je dat maar (primair) met de voorschriften van de milieuvergunning.

Milieuvergunningen
Regel het dus maar in de milieuvergunning. Maar dat was tot voor kort nog niet zo vanzelfsprekend.

Zelfs nog op 14 december 2011 vond de Afdeling (201006895/1) dat het beperken van risico’s voor de volksgezondheid niet geregeld was in de Wet milieubeheer en dus niet thuis hoorde in milieuvergunningen.

Maar het kan verkeren. Nauwelijks 2 maanden later (ABRvS 8 februari 2012, M&R 2012/71, noot) zegt de Afdeling dat wanneer door de veehouderij risico’s voor de volksgezondheid kunnen ontstaan, dat je (namens B&W) dan deze risico’s bij de beoordeling van de aanvraag moet betrekken.

Risico’s voor de volksgezondheid worden nu dus door de Afdeling geschaard onder de ‘gevolgen voor het milieu’ (in de zin van artikel 1.1, lid 2 onder a Wet milieubeheer). Onder de Wabo geldt overigens hetzelfde toetsingskader (artikel 2.14, lid 1, onder a Wabo).

Doorslaggevend oordeel Gezondheidsraad
Als je deze nieuwe koers van de Afdeling bekijkt, dan vraag je je toch af hoelang onze ‘volksgezondheid’ bij ruimtelijke besluiten over veehouderijen nog buitenspel staat.

Vraag het maar aan de GGD. Vanwege volksgezondheidsrisico’s heeft de GGD al geadviseerd om minimumafstanden tussen veehouderijen en woningen aan te houden. Het kabinet twijfelt echter nog en wacht eerst het rapport van de Gezondheidsraad af. Planning voor dit rapport is het 3e kwartaal van 2012.

Mocht uit dit rapport echter blijken, dat er wel degelijk risico’s voor de volksgezondheid zijn wanneer een ruimtelijk besluit over een veehouderij in het geding is, dan ga er maar vanuit, dat je straks bij deze besluiten zorgen over MRSA en Q-koorts serieus moet meewegen.

Kijk maar naar bezwaren over gezondheidsrisico’s ten aanzien van bestrijdingsmiddelen (ABRvS 10 januari 2012, 201104310/1) en ten aanzien van de magneetveldzones van hoogspanningsmasten (ABRvS 25 januari 2012, 201106189/1). Hierbij is aangetoond (onder meer door diezelfde Gezondheidsraad) dat mensen klachten kunnen krijgen van deze bestrijdingsmiddelen en magneetveldzones van hoogspanningsmasten.

In die gevallen is de Afdeling daarom van mening dat deze aspecten invloed hebben op jouw woon- en leefklimaat. Deze aspecten hebben dus een negatieve invloed op het gebruik van jouw gronden en woning (ruimtelijk relevant dus). Bezwaren hierover moet je daarom serieus in je ruimtelijke besluiten meewegen.

Dat geldt echter niet voor UMTS-straling. De Gezondheidsraad vindt dat mensen hier geen klachten van kunnen krijgen. En de Afdeling volgt dit oordeel dan en bepaalt dat dit aspect niet ruimtelijk relevant is (ABRvS 24 augustus 2011, 201101494/1/H1).

Kortom, wanneer de Gezondheidsraad in de herfst van dit jaar oordeelt dat er risico’s bestaan voor verspreiding van dierziekten bij veehouderijen, dan ga er maar vanuit dat je straks ook dit aspect serieus moet meewegen in je ruimtelijke besluiten.

Mocht dit oordeel echter anders uitpakken, dan zal de lijn van de Afdeling van 30 mei jl. (201107537/1/T1/R1) gewoon worden voortgezet.

Hoe het oordeel van de Gezondheidsraad ook luidt, er komt dan in ieder geval duidelijkheid voor gemeenten, veehouderijen en andere belanghebbenden.

Bron: bovenstaande rechtsbronnen

Frank HabrakenDe Gezondheidsraad geeft dit jaar de doorslag of zorgen over MRSA en Q-koorts ruimtelijk relevant zijn