Nieuws

Er gloort ‘concreet zicht op legalisatie’ aan de horizon voor illegale plattelandswoningen

Geen populaire handhavingszaak
Het is een bekend probleem in vele buitengebieden in Nederland. Een voormalige agrarische bedrijfswoning wordt als burgerwoning gebruikt, met alle vervelende gevolgen van dien.

De burgerwoning kan geen legale status krijgen, omdat een dergelijke woning nou eenmaal beschermd moet worden tegen geluid en stank. En de veehouderij om de hoek wil dit ook niet, omdat het bedrijf anders teveel wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Kortom, ze zitten elkaar in de weg.

Handhavend optreden tegen de burgerwoning is dan de aangewezen weg, alleen dat is niet eenvoudig en politiek niet populair.

Oplossing?
Maar deze maand ging de Tweede Kamer akkoord met het wetsvoorstel “Plattelandswoningen” (Kamerstukken II, 2011-2012, 33078). Het wetsvoorstel bepaalt dat deze woningen niet worden beschermd tegen milieugevolgen van het agrarische bedrijf. Dit voorkomt dat agrarische functies en niet-agrarische functies elkaar in de weg zitten bij geur- en geluidsregeltjes.

Als je nu niet handhavend wil optreden tegen een illegale “plattelandswoning”, dan lijkt het erop dat je nu ook op deze wet kan anticiperen. Een uitspraak van 6 juni jl. biedt hiervoor in elk geval aanknopingspunten.

In deze zaak wilden B&W namelijk in eerste instantie handhavend optreden tegen een illegale burgerwoning. Tijdens de zitting bij de Afdeling kwam echter ook het spiksplinternieuwe wetsvoorstel aan de orde. Er zou daarmee concreet zicht op legalisatie bestaan.

De Afdeling erkende dat het wetsvoorstel, wanneer eenmaal wet, een oplossing zou zijn voor deze zaak, maar verwees dit argument toch naar de prullenbak. B&W mochten – nog – geen rekening houden met dit wetsvoorstel, simpelweg omdat het wetsvoorstel dateerde van ná het besluit op bezwaar.

Inmiddels staan de zaken er heel anders voor. Er ligt nu niet alleen een wetsvoorstel op tafel, ook is het wetsvoorstel deze maand al goedgekeurd door de Tweede Kamer.

Je zou nu daarom kunnen redeneren dat in dergelijke lastige zaken je mag anticiperen op deze nieuwe wet voor “plattelandswoningen”. Er bestaat dan een basis voor ‘concreet zicht op legalisatie’.

Handhavend optreden is dan niet meer aan de orde. Je bent immers (namens B&W) verplicht om te onderzoeken of een overtreding kan worden gelegaliseerd. Dit betekent ook dat je rekening moet houden met een wijziging van de spelregels. Zelfs wanneer het gaat om wetswijzigingen (zie ook Vz. AGRvS 28 september 1992, AB 1993, 209).

Randvoorwaarde is natuurlijk wel dat je ook ‘ruimtelijk’ bereid bent om mee te werken aan deze plattelandswoning.

Bron: ABRvS 6 juni 2012, 201107360/1/A1

Frank HabrakenEr gloort ‘concreet zicht op legalisatie’ aan de horizon voor illegale plattelandswoningen