Nieuws

Baanbrekende uitspraak voor Flora- en faunawet- ontheffingen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen

Beleid op het randje
Sinds 2009 zoekt het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie de juridische grenzen op met flora- en faunatoestemmingen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Aanvragen om een ontheffing in de zin van artikel 75 Flora- en faunawet worden sindsdien getoetst aan het beleid ‘Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet’.

Inhoud beleid
Wat houdt dit beleid dan in? Nou, zolang je maar mitigerende maatregelen treft bij je ruimtelijke ontwikkeling, dan hoef je geen Flora- en faunawet- ontheffing meer aan te vragen. Je hoeft zelfs niets te melden. De redenering is dan dat met deze maatregelen de functionaliteit van de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen gegarandeerd kan worden. Er is dus – volgens het beleid – überhaupt geen sprake van een overtreding van een wettelijk verbod. Er vindt dus geen toetsing van overheidswege meer plaats.

Maar als je dan toch – zekerheidshalve – een bevestiging wil dat je ruimtelijke ontwikkeling geen gevaar loopt door de Flora- en faunawet, dan kun je de staatssecretaris van het ministerie E, L en I laten bevestigen dat het wel goed zit. Je moet hiervoor een aanvraag om een artikel 75 Flora- en faunawet-ontheffing indienen. Bij een negatieve beoordeling moet je alsnog die ontheffing verkrijgen. Bij een positieve beoordeling (genoeg mitigerende maatregelen en geen aantasting van de functionele leefomgeving) krijg je een zogenaamde ‘positieve afwijzing’ (geen ontheffing dus).

Kritiek op beleid
Vanuit de rechtsliteratuur werd er echter ongezouten kritiek geleverd op dit beleid. Het beleid is intern tegenstrijdig, moeilijk handhaafbaar en bovenal in strijd met Europese regels. Interessant is bijvoorbeeld de analyse van mr. drs. L. Boerema en mr. E.T. de Jong in hun boek ‘Natuur en ruimte’.

Einde beleid
Kennelijk is de kritiek terecht geweest, omdat onze hoogste bestuursrechter nu ook heeft uitgesproken dat het beleid de toets der kritiek niet kan doorstaan. Het doek lijkt daarmee gevallen voor het beleid ‘Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet’.

Kern van de uitspraak van de Afdeling is dat mitigerende maatregelen juist bedoeld zijn om negatieve effecten te verzachten. Ze voorkomen ze niet. Dus als je mitigerende maatregelen moet treffen, dan is er wel sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet en moet er ‘gewoon’ een ontheffing worden aangevraagd. Een ‘positieve afwijzing’ volstaat dus niet.

Bron: ABRvS 15 februari 2012, JM 2012/54, noot

Frank HabrakenBaanbrekende uitspraak voor Flora- en faunawet- ontheffingen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen