Nieuws

Beroep op sociale grondrechten tegen ruimtelijke besluiten zijn kansloos

Soms worden in een beroepszaak tegen een ruimtelijk besluit zelfs sociale grondrechten in de strijd gegooid. Denk hierbij aan het grondrecht dat ‘de zorg van de overheid gericht is op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu’ (artikel 21 grondwet) en het grondrecht dat ‘de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid’ (artikel 22, eerste lid grondwet).

Maar deze sociale grondrechten lenen zich niet voor een rechtstreekse toetsing door de rechter. Een gemeente moet het wel heel bont maken wil een rechter een ruimtelijk besluit onverbindend verklaren wegens strijd met deze sociale grondrechten (aldus een vrije vertaling van de Memorie van Toelichting bij de Grondwetsherziening van 1983).

De ‘grondwetgever’ geeft met deze sociale grondrechten eigenlijk alleen aan dat de overheid op het gebied van – onder meer – de ruimtelijke ordening (Wro) en bouwen (Woningwet en de Wabo) de nodige taken op haar bordje heeft liggen.

Bron: vandaag uitgesproken in ABRvS 30 mei 2012, 201111765/1/R1. Zie ook ABRvS 4 december 2002, 200201931/1.

Frank HabrakenBeroep op sociale grondrechten tegen ruimtelijke besluiten zijn kansloos