Nieuws

Hoe moet een krimpgemeente nou haar woningbehoefte onderbouwen?

Uitvoerbaarheid als bikkelharde eis
Door de huidige stilgevallen woningmarkt is het niet altijd zeker of er wel behoefte bestaat aan nieuwe woningbouw. Dat geldt zeker voor zogenaamde krimpgemeenten.

Maar een bestemmingsplan moet (financieel-economisch en maatschappelijk) uitvoerbaar zijn (art. 3.1.6, lid 1, sub f Bro). Je moet daarom onderbouwen of de woningbouwplannen ook binnen de planperiode van 10 jaar worden uitgevoerd (ABRvS 1 september 2010, 200905415/1/R3).

Overigens betekent een krimp van de bevolking in een gemeente niet per se dat er helemaal geen behoefte bestaat aan woningbouw. Het kan immers goed zijn dat de woningvoorraad aan vernieuwing toe is of dat de (vergrijzende) bevolking specifieke woonwensen heeft.

Eisen onderzoek
Hoe dan ook, laat in een actueel ‘woningbehoefteonderzoek’ zien dat je rekening hebt gehouden met de krimp in jouw gemeente en hoe dit zich verhoudt tot de uitvoerbaarheid (binnen 10 jaar) van je woningbouwplannen.

Het simpelweg verwijzen naar provinciale nota’s (provinciale contingentering van woningen) en gemeentelijke woonplannen (vaak al enkele jaren oud) is diep onvoldoende. Die tijd hebben we wel gehad (zoals bij ABRvS 2 september 2009, 200806316/1/R2). En hoe meer woningen en twijfels of al die woningen überhaupt wel verkocht gaan worden, hoe actueler je onderzoek zal moeten zijn.

Fasering woningbouw
Ook zal een fasering in het plan je onderzoeksplicht niet verzachten. Wanneer je bijvoorbeeld voor een deel van je woningbouwplannen gebruik maakt van ‘uit te werken delen’ in het plan, dan blijft de eis dat ook deze bestemmingen binnen de planperiode gerealiseerd kunnen worden fier overeind. Dit geldt ook wanneer je hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opneemt (ABRvS 27 april 2011, 201004698/1/R2).

Nog een tip
Overigens is een enkele verwijzing van een reclamant naar de kredietcrisis onvoldoende om de resultaten van een marktonderzoek terzijde te schuiven. Zeker wanneer het om een langlopend project (10 jaar) gaat (ABRvS 31 maart 2010, LJN BL9610).

O ja, het mag duidelijk zijn dat de bovenstaande manier waarop een rechter ruimtelijke besluiten voor woningbouw toetst voor iedere gemeente gelijk is. Bij krimpgemeenten ligt dit voor de hand, maar dit zal bij andere gemeenten niet veel anders zijn.

Bron: onder meer ABRvS 28 december 2011, BR 2012/54, noot

Frank HabrakenHoe moet een krimpgemeente nou haar woningbehoefte onderbouwen?