Nieuws

Wanneer is er nou sprake van een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder?

Geurdiscussies
Als je in het buitengebied ‘nieuwe activiteiten’ positief wil bestemmen, dan loop je al gauw tegen discussies aan of er wel sprake is van een goed (of aanvaardbaar) woon- en leefklimaat. Dit als nadere invulling van de wettelijke eis dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening).

Voedingsbodem voor deze discussies is dan vooral de geurwet (Wet geurhinder en veehouderij) en de daarbij behorende minimale afstanden, geurcontouren, de omgekeerde werking, etc.

Overigens worden ‘eigen’ geurgevoelige objecten van een inrichting (in de zin van de Wet milieubeheer) niet beschermd tegen de geurhinder van de eigen dierenverblijven. Denk hierbij aan de bedrijfswoning of kleinschalige logies. En wellicht zijn hier met enige creativiteit ook nog wel andere activiteiten onder te schuiven.

Geurgevoelig object?
Doorslaggevend bij de discussies of er wel sprake is van een goed woon- en leefklimaat is dan de vraag of het nieuwe initiatief een geurgevoelig object is of niet. Hiervan is sprake wanneer:

• het gebouw (juridisch-planologisch) bestemd en geschikt is voor verblijf van mensen;
• en dit verblijf permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze kan worden gebruikt.

Aldus artikel 1 van de geurwet, de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2005/2006, 30 453, nr. 19) en de jurisprudentie (ABRvS 24 maart 2010, 200905539/1).

Nu is het 1e criterium niet zo moeilijk vast te stellen. Zo zal een toets aan het geldende bestemmingsplan of een nader dossieronderzoek al snel afdoende zijn. Hoe luidt de bestemming? Is er een afwijkingsbesluit (welke dan ook) verleend? Voor de goede orde: strijdig gebruik wordt dus niet beschermd.

En of een gebouw geschikt is voor mensen, is ook niet vaak een spannende discussie.

Lastiger wordt het pas bij het 2e criterium. Dit beschermt de gebruikers van het geurgevoelig object tegen langdurige blootstelling. Maar ja, wat is ‘langdurig’?

Overigens krijgt ook een kortdurende verblijfsduur volgens de wetsgeschiedenis bescherming, maar dan moet dit verblijf zich regelmatig voordoen. Met een regelmatig verblijf wordt bedoeld ‘een aanwezigheid op de locatie gedurende een niet onaanzienlijk gedeelte van een tijdseenheid, van een of meer personen, al dan niet met gelijke tussenpozen’ (aldus ABRvS 11 april 2012, 201109676/1/A1).

De verblijfsduur is dus bepalend. Of het nou gaat om een langdurig verblijf door 1 persoon of een kort verblijf door 100 mensen die overeenkomt met de totale verblijfsduur van die ene persoon.

Een paar voorbeeldjes om een indruk te krijgen.

Niet geurgevoelig
Het gebruik van een paardenstal als recreatief (nacht)verblijf die alleen enkele weken in de vakantieperiode in gebruik was, werd niet als geurgevoelig aangemerkt (ABRvS 11 januari 2012
JM 2012/49, noot).

Dat gold ook niet voor een heemschuur die een paar keer per maand werd gebruikt voor vergaderingen en een aantal dagen per jaar voor tentoonstellingen (ABRvS 24 maart 2010, 200905539/1).

Ook deed de Afdeling niet moeilijk over toeristisch-recreatieve activiteiten die een initiatiefnemer naast zijn akkerbouwactiviteiten op het perceel mogelijk wilde maken. Reden hiervoor was dat er slechts 6 keer per jaar workshops werden gegeven voor groepen van maximaal 30 personen, die ook nog eens vooral buiten werden gegeven. Alleen bij slecht weer zouden de workshops in de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing worden gehouden. Verder mochten 1 keer week kunstenaars uit de omgeving hun kunsten ter plaatse uitvoeren. Maar ook dat gebeurde vooral buiten. Kleinschalig dus allemaal en dan ook nog veelal buiten (vorige maand bepaald in ABRvS 11 april 2012, 201109676/1/A1).

Wel geurgevoelig
Een winkel die echter 6 dagen per week met vaste openingstijden (van 9 tot 18 u) werd wel als geurgevoelig aangemerkt (ABRvS 12 mei 2010, 20902210/1/M2). Let wel: niet de klanten, maar het winkelpersoneel werd dus langdurig blootgesteld aan geur.

Ook bedrijfsgebouwen op een industrieterrein werden als geurgevoelige objecten gebombardeerd, omdat het bestemmingsplan verblijf door mensen toestond en er per gebouw minimaal één persoon aanwezig was (ABRvS 24 december 2008, 200709155/1).

Verder werden door de Afdeling werkplaatsen op het terrein van een houthandel als een geurgevoelig object benoemd. De werkplaatsen werden immers minimaal vijf dagen in de week gedurende acht uur per dag gebruikt (ABRvS 11 maart 2009, 200801961/1).

Kortom, vrij casuїstisch nietwaar? Bij je beoordeling of een gebouw geurgevoelig is in de zin van de geurwet zul je dus iedere zaak op haar eigen merites moeten beoordelen.

Maar wellicht dat de bovenstaande zaken enige houvast kunnen bieden.

Bron: bovenstaande rechtsbronnen.

Frank HabrakenWanneer is er nou sprake van een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder?