Nieuws

Wanneer overspeel je je hand bij de procedurele afstemming met de provincie bij een bestemmingsplan?

Bestuurlijk vooroverleg is de regel
Zoals bekend, is het bestuurlijk vooroverleg met de provincie of het waterschap een verplicht nummertje in een bestemmingsplanprocedure (artikel 3.1.1, lid 1 Bro).

Uitzondering 1
Dit is alleen anders wanneer deze partijen aangeven dat hier geen behoefte aan is (artikel 3.1.1, lid 2 Bro). Zo zal er geen behoefte bestaan aan dit vooroverleg wanneer er geen provinciale belangen in het geding zijn.

Uitzondering 2
Maar er bestaat nog een mogelijkheid om van deze overlegverplichting af te zien. Van het bestuurlijke vooroverleg kun je ook afzien wanneer de herziening van je bestemmingsplan gering of planologisch ondergeschikt is. Een simpel overlegje of zelfs helemaal geen overleg kan dan prima door de beugel (nota van toelichting, blz. 29; Stb. 2008, 145).

Voor de goede orde: wanneer je plan voorziet in de mogelijkheid om na uitwerking meer dan 200 woningen te realiseren, dan is er natuurlijk geen sprake van een planologisch ondergeschikt of gering belang (ABRvS 18 januari 2012, TBR 2012/52). Iedere verdere toelichting hierover lijkt mij overbodig.

Wat te doen bij twijfels?
Ga niet te gauw uit van de 2e uitzondering. Bel even naar de provincie als je twijfels hebt of je bestuurlijk vooroverleg moet voeren. De provincie hoeft haar standpunt hierover immers niet in een besluit te gieten. Dat kan ook mondeling (ABRvS 19 mei 2010, TBR 2010/148). Voor het procesdossier is het dan wel handig als je even een korte telefoonnotitie maakt.

Herkansing?
Het afzien van het bestuurlijke vooroverleg is dus de uitzondering. Mocht je je hier nu in vergissen en je zit al in de beroepsfase, dan bestaat er nog een kans dat de rechter je hiertoe nog even de gelegenheid geeft (ABRvS 17 november 2010, 200908901/1/T1/R1).

Wanneer geen herkansing
Alleen je overspeelt je hand wanneer je daarnaast het vaststellingsbesluit niet direct naar de provincie hebt gestuurd, terwijl je dat wel had moeten doen (in de zin van artikel 3.8, lid 4 Wro). De provincie heeft immers een deadline (6 weken na de vaststelling) om nog tijdig een reactieve aanwijzing (artikel 4.2 Wro) te geven.

En een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’ voor de provincie (Gedeputeerde Staten) om alsnog een reactieve aanwijzing te geven zit er ook niet in.

Dan rest er voor Gedeputeerde Staten niks anders om in beroep te gaan. En in dát geval met succes. Je bestemmingsplan zal dan sneuvelen.

Bron: ABRvS 18 januari 2012, TBR 2012/52, noot (maart 2012)

Frank HabrakenWanneer overspeel je je hand bij de procedurele afstemming met de provincie bij een bestemmingsplan?