Nieuws

Tot wanneer mag je nog welke stukken indienen voor de zitting bij de rechtbank? En wat nu als je je hier niet aan houdt?

10-dagentermijn
Als je in beroep nog aanvullende stukken wil indienen, dan moet je (normaal gesproken) 10 dagen vóór de zitting die stukken bij de rechtbank of de Raad van State indienen (artikel 8:58 Awb). Bij de uitnodiging van de zitting wordt dit ook vermeld. In feite betekent dit dus dat je de 11e dag voor de zitting nog met die aanvullende stukken kan komen (ABRS 24 mei 2006, JB 2006/215).

Bij een voorlopige voorziening kun je overigens nog tot 1 dag voor de zitting stukken indienen (artikel 8:83, lid 1 Awb).

Word je zaak versneld behandeld (in de zin van artikel 8:52 Awb), dan kun je straks makkelijker stukken binnen 10 dagen voor de zitting indienen (MvT bij wetsvoorstel aanpassing bestuursprocesrecht, Kamerstuk 32 450, nr. 3, p. 50).

10-dagentermijn n.v.t. zolang goede procesorde
Die 10-dagentermijn is een richtlijn (en uitgangspunt), maar geen bikkelharde eis, omdat de rechter vooral kijkt of de goede procesorde is geschonden.

Als je dan toch binnen die 10-dagentermijn stukken wil overleggen, fax, mail of stuur deze stukken dan niet alleen naar de rechter, maar ook (in het kader van hoor- en wederhoor) naar de tegenpartij. Het procesbelang van de andere partij is immers in het geding. Met deze werkwijze zal de rechter eerder over zijn hart strijken.

Doe je dit niet, ben dan niet verbaasd wanneer je stukken niet in je zaak worden meegenomen.

Hoe ‘bereken’ je de 10-dagentermijn?
De 10-dagentermijn wordt bepaald door terug te rekenen vanaf de datum van de zitting (artikel 1, lid 2 Algemene termijnenwet). De algemene verlengingstermijn (artikel 1, lid 1 Algemene termijnenwet) is dus niet van toepassing (ABRS 24 mei 2006, JB 2006/215).

Consequenties negeren 10-dagentermijn
Wanneer er toch na afloop van die 10-dagentermijn aanvullende stukken worden ingediend, dan heeft de rechter een aantal gereedschappen in zijn gereedschapskist.

Zo kan de rechter – in het belang van een goede procesorde – de zitting schorsen (artikel 8:64 Awb) of kan hij het onderzoek ‘heropenen’ (artikel 8:68 Awb). Op die manier krijgen de andere partijen nog gelegenheid om op de aanvullende stukken te ‘schieten’.

Maar goed, de rechter hoeft deze gereedschappen niet toe te passen. Stel, een rapport wordt te laat ingediend (de 10-dagentermijn wordt dus genegeerd). Als de tegenpartij dan tijdens de zitting aangeeft dat hij hier moeite mee heeft (een adequate reactie is bijvoorbeeld niet meer mogelijk), dan kan de rechter ook bepalen dat het rapport helemaal niet in zijn eindoordeel betrokken wordt (ABRvS 21 maart 2012, 201106733/1/A1).

Over welke ‘aanvullende stukken’ hebben we het dan?
Dit zijn in ieder geval de aanvullende (of nadere) stukken die de al bekende beroepsgronden verder toelichten.

Tussen haakjes: het kan niet de bedoeling zijn om nog binnen 10 dagen voor de zitting met gloednieuwe beroepsgronden aan te komen. Die nieuwe beroepsgronden worden dan sowieso door de ‘goede procesorde’ buitenspel gezet. Dat staat dus los van de 10-dagentermijn.

Pleitnota’s vallen natuurlijk niet onder de nadere stukken (in de zin van artikel 8:58 Awb).

Wanneer het aanvullend rapport dun is en je draagt deze ook voor (en je hebt natuurlijk genoeg kopieën meegenomen), dan is dit voor een rechter ook nog wel acceptabel (CRvB 20 december 2006, JB 2007/59).

Handig om te weten is dat je tijdens de zitting nog wel met nieuwe foto’s kan komen (ABRS 3 oktober 2001, AB 2001/313). Dat lijntje kun je dan ook doortrekken voor bouwtekeningen, situatieschetsen of kaarten.

Bron: onder meer ABRvS 21 maart 2012, 201106733/1/A1

Frank HabrakenTot wanneer mag je nog welke stukken indienen voor de zitting bij de rechtbank? En wat nu als je je hier niet aan houdt?