Nieuws

Legalisatie is ook (concreet) in zicht wanneer het nieuwe planologisch regime de ‘overtreding’ niet rechtstreeks toestaat

Stel, een woning in het buitengebied is als bedrijfswoning bestemd, maar wordt – zoals wel vaker – als burgerwoning gebruikt.

Wanneer er dan een verzoek om handhaving bij jou wordt ingediend, dan kun je dit verzoek afwijzen wanneer er concreet zicht op legalisatie bestaat. Dit betekent dat er in ieder geval op het moment van het besluit op bezwaar (tegen je afwijzing van het verzoek om handhaving), een ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd (ABRvS 4 februari 2009, 200802786/1).

Nu spreekt het eigenlijk voor zich dat het nieuwe bestemmingsplan zodanig wordt herzien, dat er geen sprake meer is van een overtreding.

En dat was in deze zaak echter niet (helemaal) het geval. En toch was de Afdeling van mening dat er sprake was van een concreet zicht op legalisatie.

In het nieuwe (ontwerp)bestemmingsplan werd de overtreding namelijk nog niet rechtstreeks gelegaliseerd. Ook niet op het moment dat er een besluit op bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om handhaving werd genomen.

Hiervoor zou eerst nog een binnenplanse vrijstellingsprocedure (tegenwoordig met een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan) doorlopen moeten worden. Mix deze mogelijkheid met een toezegging van B&W dat ze met deze bevoegdheid genereus zullen omgaan en zie daar: er bestaat toch een concreet zicht op legalisatie en dus een titel om het handhavingsverzoek af te wijzen.

Hiervoor ben je nog wel afhankelijk van de overtreder. Hij moet immers nog een verzoek indienen om die vrijstelling te verkrijgen. Doet-ie dat niet, wanneer vervalt dan het concrete zicht op legalisatie?

Bron: ABRvS 18 januari 2012, BR 2012/42, noot

Frank HabrakenLegalisatie is ook (concreet) in zicht wanneer het nieuwe planologisch regime de ‘overtreding’ niet rechtstreeks toestaat