Nieuws

Wanneer mag een buurman van een monument zijn zegje doen over een monumentenvergunning?

Ruimtelijke uitstraling
Wanneer je een monumentenvergunning verleend, waarbij de vergunde werkzaamheden een ‘ruimtelijke uitstraling’ hebben voor het naastgelegen pand, dan is de buurman/eigenaar belanghebbende (in de zin van artikel 1:2, eerste lid Awb) bij die monumentenvergunning. Dit was ook al bepaald in ABRvS 3 september 2003, JB 2003/293.

Waarneembare invloed
Bij een ‘ruimtelijke uitstraling’ moet je denken aan de ‘waarneembare invloed die de te vergunnen werkzaamheden zullen hebben op de omgeving.’

In deze zaak werd door de monumentenvergunning de bebouwde oppervlakte 3 keer zo groot. De ‘waarneembare invloed’ kan dan ook niemand ontgaan. Zeker de buurman niet.

Niet alleen visuele wijziging
Overigens moet je bij een ‘waarneembare invloed’ niet alleen denken aan een visuele wijziging. Kennelijk is hier ook sprake van wanneer een fundering van een monument wordt veranderd/hersteld. Wanneer bij dit funderingsherstel funderingspalen in de bodem van het monumentale pand worden aangebracht, dan kan dit ‘waarneembare invloed’ hebben op het pand van de buurman (ABRvS 22 september 2004, 200400511/1).

Bron: vorige week uitgesproken in ABRvS 22 februari 2012, 201105012/1/A2

Frank HabrakenWanneer mag een buurman van een monument zijn zegje doen over een monumentenvergunning?