Nieuws

Nadere eisen’ van een bestemmingsplan zorgen voor verrassende beroepsgronden bij rechtszaken over bouwvergunningen

Beperkte toetsingscriteria bouwvergunning
Een bouwplan van je buurman past netjes binnen de kaders van een bestemmingsplan. Je bent alleen niet blij met het bouwplan van je ‘buur’.

Maar helaas, er komt geen afwijkingsbesluit aan te pas. Het bouwplan past immers binnen het bestemmingsplan. Er wordt dus alleen een bouwvergunning verleend. Je kunt daarom maar een beperkt aantal argumenten aanvoeren om het bouwplan door de rechter te laten torpederen.

In grote lijnen kun je dan vaak alleen iets zeggen over – bijvoorbeeld – de bouwplantoets aan het bestemmingsplan. Verder kun je nog iets zeggen over de redelijke eisen van welstand, de bouwverordening of het Bouwbesluit. Maar daar blijft het dan ook vaak bij.

Nadere eis als kapstok voor extra argumenten
Maar een bestemmingsplan heeft in de meeste gevallen ook nog eens de mogelijkheid om een ‘nadere eis’ in een bouwvergunning te stellen, wanneer dit vanuit een oogpunt van ruimtelijk ordening noodzakelijk is (artikel 3.6, lid 1 onder d Wro).

De criteria wanneer je deze nadere eis mag toepassen, moeten duidelijk terugkomen in het bestemmingsplan. Denk hierbij aan criteria dat B&W met deze nadere eisen kunnen voorkomen dat er te weinig licht toetreedt in jouw tuin of dat je privacy onevenredig wordt aangetast, etc.

En wanneer juist – in jouw ogen – de afname van de lichttoetreding in je tuin buitensporig is of je privacy – naar jouw smaak – te veel wordt aangetast, zijn dit argumenten die je ook kunt gebruiken wanneer er ‘slechts’ een bouwvergunning wordt verleend (dus zonder onderliggend afwijkingsbesluit). Dit terwijl dergelijke aspecten eigenlijk alleen bij afwijkingsbesluiten aan de orde (kunnen) komen.

Of deze argumenten echter kansrijk zijn, is de vraag. B&W zijn immers ‘vrij’ om nadere eisen al dan niet toe te passen (discretionaire bevoegdheid). En dat betekent dat de rechter terughoudend het door jou bestreden besluit moet toetsen.

Dit laat echter onverlet dat deze argumenten door de rechter worden getoetst, wanneer jij vindt dat er een nadere eis had moeten worden toegepast. Stel je daarom de vraag: hadden B&W wel in alle redelijkheid van het opleggen van de nadere eis kunnen afzien?

In deze zaak mochten B&W afzien van het toepassen van een nadere eis. Belangrijk hierbij waren de feiten dat de welstandscommissie positief over het bouwplan hadden geadviseerd, het bouwwerk ruim binnen de maximale bebouwingsmogelijkheden van het bestemmingsplan bleef, de inbreuk op de privacy door het toepassen van melkglas in de ramen minimaal was, en de lichtinval niet onevenredig afnam. Dit verweer van B&W was voor de rechter doorslaggevend. Een nadere eis voor het bouwplan was nergens voor nodig.

Kortom, de criteria wanneer een nadere eis in een bouwvergunning kunnen worden opgelegd lijken dus vaak op de belangen die worden afgewogen bij afwijkingsbesluiten. En via de ‘achterdeur van de nadere eis’ kun je de belangen als ‘onevenredige aantasting van je privacy’ of ‘verminderde lichttoetreding’ toch nog even bij de rechter de revue laten passeren. Ook wanneer er slechts een bouwvergunning (zonder afwijkingsbesluit) is verleend.

Motiveringsplicht nadere eisen?
Tot slot. Wanneer B&W een bouwvergunning verlenen, is het niet nodig om in dit primaire besluit te motiveren waarom de ‘nadere eisen’ niet worden gebruikt. De motiveringsplicht in deze fase is immers beperkt tot de reguliere toetsingscriteria van een bouwvergunning (bestemmingsplan, welstand, bouwverordening, bouwbesluit).

Pas wanneer de bouwvergunning in de bezwaarfase wordt aangevallen met argumenten over de nadere eisen (en dat B&W dit instrument eigenlijk hadden moeten gebruiken), dan zal het besluit op bezwaar hier toch op in moeten gaan (in het kader van de motiveringsplicht). De onderhavige uitspraak van de Afdeling geeft hiervoor genoeg aanleiding.

Bron: onder meer ABRvS 8 februari 2012, 201106255/1/A1

Frank HabrakenNadere eisen’ van een bestemmingsplan zorgen voor verrassende beroepsgronden bij rechtszaken over bouwvergunningen