Nieuws

Je stelt in een ruimtelijk besluit voor woningen als voorwaarde dat hierin geen jonge kinderen mogen wonen. Mag dat?

Ja, dat mag wanneer deze woningen in de buurt liggen van bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij langdurig verblijf in een magneetveldzone lopen jonge kinderen immers mogelijke gezondheidsrisico’s.

Dat deze hoogspanningslijnen en de gezondheid van jonge kinderen op gespannen voet staan, blijkt uit brieven van de staatssecretaris van VROM van 3 oktober 2005, de Gezondheidsraad van 21 februari 2008 en de minister van VROM van 4 november 2008.

Deze toch niet alledaagse voorwaarde dient daarom een goed woon- en leefklimaat en daarmee het belang van een goede ruimtelijke ordening.

Wanneer is er sprake van langdurig verblijf?
Er is ‘pas’ sprake van een ongezonde situatie voor jonge kinderen (jonger dan 15 jaar), wanneer er sprake is van een ‘langdurig verblijf’ (brief minister van VROM d.d. 4 november 2008). Dit is een verblijf van minimaal 14-18 uur per dag gedurende minimaal één jaar.

Logeerpartijen en verblijf bij (oppas)opa’s en oma’s tellen dus niet mee. Dat kun je ook moeilijk als ‘langdurig verblijf’ aanmerken.

In de voorwaarde van het ruimtelijk besluit in deze zaak werd het begrip ‘langdurig verblijf’ daarom nader ingevuld met een verblijfstermijn van 6 maanden.

Zijn dergelijke voorwaarden wel handhaafbaar?
In deze zaak is gebleken dat er de nodige discussie kan ontstaan of dergelijke voorwaarden wel handhaafbaar zijn.

B&W hadden namelijk in een eerder stadium van deze zaak het ‘woonverbod’ gekoppeld aan personen jonger dan 55 jaar. Volgens onze hoogste bestuursrechter was dit verbod echter op deze wijze niet te handhaven (ABRvS 12 januari 2011, 201003608/1/H1).

Ook hebben de gezondheidsrisico’s door die bovengrondse hoogspanningslijnen betrekking op jonge kinderen. Dat is dus een andere bevolkingsgroep. Deze relatie kun je ook al uit andere uitspraken afleiden (ABRvS 19 september 2007, 200606819/1 en ABRvS 21 januari 2009, 200802705/1).

Enfin, de Afdeling haalde een streep door het ‘woonverbod voor personen jonger dan 55 jaar’. Eventuele huurovereenkomsten van de betrokken woningstichting, waarbij dan deze voorwaarde gehandhaafd kon worden, was voor de Afdeling niet overtuigend genoeg.

Het ‘woonverbod voor jonge kinderen tot 15 jaar’ werd door de Afdeling echter wél handhaafbaar geacht. Hiervoor zou het college – indien hiervoor aanleiding zou zijn – gebruik maken van de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, correspondentie, gegevens van de belastingdienst en inschrijvingsbewijzen van onderwijsinstellingen. Ook was het college bereid om ambtenaren in te zetten die controles op locatie zouden kunnen uitvoeren.

Op welke bestemmingen heeft deze problematiek betrekking?
De gezondheidsrisico’s hebben dus alleen betrekking op jonge kinderen die langdurig verblijven in ‘gevoelige bestemmingen’. Hierbij moet je niet alleen denken aan woningen, maar ook aan scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met de daarbij behorende erven.

In deze zaak hadden de bouwplannen echter niet alleen betrekking op woningen, maar ook op een supermarkt. En een concurrent (tevens appellant) van deze supermarkt betoogde dat die nieuwe supermarkt ook als ‘gevoelige bestemming’ aangemerkt moest worden. Alleen daar ging de Afdeling niet in mee.

Bron: ABRvS 25 januari 2012, 201106189/1/A1

Frank HabrakenJe stelt in een ruimtelijk besluit voor woningen als voorwaarde dat hierin geen jonge kinderen mogen wonen. Mag dat?