Nieuws

Internetwinkels ‘schreeuwen’ om duidelijke ruimtelijke kaders

Een oud toetsingscriterium voldoet nog steeds
Wanneer is een internetwinkel nu strijdig met een bestemmingsplan? Dat is nog niet zo simpel. Toch is er een lijn in de jurisprudentie te ontdekken. De ruimtelijke uitstraling (aard, omvang en intensiteit) van een internetwinkel bepaalt of dit gebruik op een perceel is toegestaan. Daarmee biedt een ‘oud’ criterium een houvast voor ‘nieuwe’ ontwikkelingen.

En deze houvast is wel zo prettig, omdat veel gemeenten worstelen met het planologisch inpassen en definiëren van internetwinkels. Dit heeft tot gevolg dat ook de rechtspraak niet altijd een pasklaar antwoord heeft wanneer een zaak draait om een internetwinkel.

Welke fysieke aspecten zijn doorslaggevend?
De bestuursrechters kijken vooral hoe de internetwinkels hun activiteiten verrichten. Zodra er op een perceel sprake is van opslag of uitstallen van goederen, of er is een showroom aanwezig, dan luidt al gauw de conclusie dat er sprake is van detailhandel. En wanneer detailhandel niet past binnen de bestemming van dat perceel, is de internetwinkel dus in strijd met het bestemmingsplan.

Zijn deze fysieke aspecten niet aanwezig, dan is de internetwinkel vaak wel toegestaan.

‘Handige’ procedure om strijdigheid op te heffen
Er zijn in Nederland nu al meer dan 20.000 internetwinkels. Dat zullen er in de komende jaren alleen maar meer zijn. Daarmee zullen de benodigde ruimtelijke procedures (al dan niet om de internetwinkel te legaliseren) alleen maar toenemen.

Handig is daarom het planologisch kruimelgeval dat ziet op het gebruik van bouwwerken (binnen de bebouwde kom en niet groter dan 1500 m2), al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten (artikel 4, eerste lid onder 9 bijlage II van het Bor).

Maar een paraplubestemmingsplan waar internetwinkels worden ingepast, kan natuurlijk ook een uitkomst zijn. En wellicht kun je nog met de verplichte actualisering van je bestemmingsplannen rekening houden met internetwinkels.

Beleidsregels internetwinkels zijn gewenst
Zorg er wel voor dat je deze discretionaire bevoegdheden (van de bovenstaande ruimtelijke besluiten) dan gebruikt binnen je beleidsregels over internetwinkels.
Mits je deze beleidsregels in huis hebt natuurlijk. Maar gelet op de toename van deze internetwinkels, die volgens sommige kamerleden in toenemende mate concurreren met reguliere winkels, omdat ze – nu nog – niet gebonden zijn aan de Winkeltijdenwet (Kamerstukken II 2009/10, 32 412, nr. 3), kun je natuurlijk niet achterblijven. Ook omdat de ene internetwinkel – qua ruimtelijke uitstraling – niet de andere blijkt te zijn. Willekeur loert dan om de hoek. Gelukkig biedt de jurisprudentie in dat kader nog enige houvast.

Bron: onder meer ‘Inpasbaarheid van internetwinkels in bestemmingsplannen’, mr. S. Grasboer, TBR 2011/162 (oktober 2011)

Frank HabrakenInternetwinkels ‘schreeuwen’ om duidelijke ruimtelijke kaders