Nieuws

Handige jurisprudentie als je in je geurverordening onderscheid wil maken tussen de grootte van melkveehouderijen

Onderscheid maken
Je mag in je geurverordening bij het vaststellen van een minimumafstand van melkveehouderijen ten opzichte van burgerwoningen onderscheid maken in omvang van deze bedrijven. Hoe groter het bedrijf, hoe groter de minimumafstand die het bedrijf tot burgerwoningen moet aanhouden.

Melk- en kalfkoeien, jongvee en paarden zijn zogenaamde ‘vaste afstandsdieren’. Voor deze dieren zijn (in de Regeling geurhinder en veehouderij) geen emissiefactoren vastgesteld. Voor deze dieren gelden daarom geen geurbelastingsnormen, maar vaste (minimum) afstanden tot geurgevoelige objecten, zoals woningen.

Afstanden geurwet & geurverordening
Zo moet de afstand tussen (bijvoorbeeld) een melkveehouderij minimaal 100 meter bedragen als de woning binnen de bebouwde kom ligt. Wanneer de woning buiten de bebouwde kom ligt, dan is de afstand bepaald op 50 meter (artikel 4, eerste lid Wet geurhinder en veehouderij, ook wel genoemd de geurwet).

In de gemeentelijke verordening kun je van deze afstanden afwijken. Maar deze mogen niet korter zijn dan 50 meter voor een woning binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom (artikel 6, derde lid van de geurwet).

Maar nu mag je ook bij het vaststellen van een andere afstand onderscheid maken naar omvang van de melkveehouderij. De geurwet (artikel 6, derde lid) sluit dit immers niet uit.

Zo had de raad in deze zaak in de geurverordening bepaald dat in de bebouwde kom een minimumafstand van 50 meter voor veehouderijen met maximaal 56 ‘vaste afstandsdieren’ geldt en buiten de bebouwde kom een minimumafstand van 25 meter voor veehouderijen met maximaal 200 ‘vaste afstandsdieren’. Voor veehouderijen met meer ‘vaste afstandsdieren’ staat de geurverordening buiten spel en blijven de wettelijke vaste afstandsnormen van 100 respectievelijk 50 meter van toepassing.

Marginale toetsing
Uit deze uitspraak blijkt nog maar eens dat de Afdeling je geurverordening maar marginaal toetst aan de geurwet (net als in ABRvS 31 maart 2010, 200905180/1/M2).

Bron: ABRvS 7 september 2011, 201011513/1/M2, JM 2011/127, noot (november 2011)

Frank HabrakenHandige jurisprudentie als je in je geurverordening onderscheid wil maken tussen de grootte van melkveehouderijen