Nieuws

RvS vandaag. Hoe bepaal je of het aantal woningen gelijk blijft bij een planologisch kruimelgeval?

Wanneer je gebruik wil maken van de regeling van de planologische kruimelgevallen, dan moet het aantal woningen wel gelijk blijven. Om te bepalen of het aantal woningen gelijk blijft, moet je aansluiting zoeken bij de bebouwingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dit was al door de Afdeling bepaald toen deze planologische kruimelgevallen nog waren ondergebracht in artikel 20 Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (ABRvS 3 december 2003, 200303114/1).

In deze zaak trekt de Afdeling dit lijntje door naar artikel 4.1.1 Bro. Tegenwoordig is de regeling van de planologische kruimelgevallen geregeld in artikel 4 van bijlage II Bor en de eis dat bij het toepassen van deze regeling het aantal woningen gelijk moet blijven, is nu geregeld in artikel 5 van bijlage II Bor. Je mag verwachten dat het oordeel van de Afdeling onder de Wabo niet veel anders is.

In deze zaak werd door B&W een planologisch kruimelgeval-ontheffing en bouwvergunning verleend voor het veranderen van een winkel met benedenwoning. De woning werd vergroot en afgesplitst van de winkel door het aanbrengen van een scheidingsmuur. Hierdoor nam het aantal woningen door het bouwplan feitelijk niet toe, omdat een reeds bestaande woning werd afgesplitst van de daarbij behorende winkel.

Maar (juridisch) belangrijker nog, het bestemmingsplan liet zowel in het benedengedeelte als in het bovengedeelte van het hoofdgebouw een woning toe, zodat ook in dat opzicht het aantal woningen gelijk bleef. De regeling van de planologische kruimelgevallen was dus prima toegepast.

Bron: ABRvS 7 december 2011, 201105048/1/H4

Frank HabrakenRvS vandaag. Hoe bepaal je of het aantal woningen gelijk blijft bij een planologisch kruimelgeval?