Nieuws

Welke gevolgen heeft een vernietiging van een bestemmingsplan voor bouwvergunningen en uitwerkings- of wijzigingsplannen?

‘Tegelen-uitspraak’
Wanneer je bestemmingsplan door de Afdeling wordt vernietigd, dan heeft dat geen gevolgen voor de bouwvergunningen (of zo je wil: omgevingsvergunningen voor bouwen) die op basis van dit bestemmingsplan inmiddels zijn verleend. De vernietiging heeft voor deze vergunningen dus geen terugwerkende kracht.

Voor het verlenen van deze bouwvergunningen hoeft het bestemmingsplan ook niet onherroepelijk te zijn. Dat het bestemmingsplan van kracht is, is genoeg.

Eigenlijk is deze uitspraak geen nieuws. Onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening was dit immers ook al uitgesproken in de bekende ‘Tegelen-uitspraak’ (ABRvS 21 december 1999, AB 2000, 78). Alleen werd in deze uitspraak nog het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten vernietigd. En onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening staat het vaststellingsbesluit van de raad ter discussie.

De Afdeling geeft nu dus aan dat dit juridische verschil geen belemmering is om de koers van de ‘Tegelen-uitspraak’ aan te houden.

Uitzondering op de ‘Tegelen-uitspraak’
Een belangrijke uitzondering op de ‘Tegelen-uitspraak’ geldt als tegen de bouwvergunning bezwaar is gemaakt en door de bezwaarmaker tegelijk bij de Voorzitter van de Afdeling wordt verzocht om het nog niet onherroepelijke bestemmingsplan te schorsen.

‘Tegelijk’ dus en niet pas 2 maanden na het bezwaar tegen de bouwvergunning nog eens een verzoek om schorsing van het bestemmingsplan indienen. Het spoedeisend belang wordt dan immers niet meer serieus genomen (Vz. ABRvS 24 februari 2011, 201008057/3/R3).

‘Tegelen-uitspraak’ & uitwerkings- of wijzigingsplannen
Het bovenstaande gaat overigens ook op wanneer een bouwvergunning is verleend op basis van uitwerkings- of wijzigingsplannen (ABRvS 18 januari 2000, AB 2000, 138).

Let wel! Een vernietiging van het ‘moederplan’ heeft wél terugwerkende kracht voor uitwerkings- of wijzigingsplannen die op grond van dit moederplan waren vastgesteld. Het moederplan behelst immers de bevoegdheidsgrondslag voor de vaststelling van deze uitwerkings- of wijzigingsplannen (zelfs als deze onherroepelijk zijn: ABRvS 4 juli 2001, Gst. 7155, 10). En deze koers zal onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening niet veel anders zijn.

Bron: ABRvS 12 januari 2011, TBR 2011/64, noot

Frank HabrakenWelke gevolgen heeft een vernietiging van een bestemmingsplan voor bouwvergunningen en uitwerkings- of wijzigingsplannen?