Nieuws

Onze gecombineerde plan/project-m.e.r.-procedure in de Wet milieubeheer is (nog) in strijd met Europees recht

Volgens het Hof van Justitie EU hoef je deze gecombineerde plan/project-m.e.r.-procedure niet per se in je nationale wetgeving te regelen. Maar als je dat wel doet, doe het dan goed.

Nu heeft onze wetgever dit in artikel 14.4b van de Wet milieubeheer geregeld. Alleen moet de gecombineerde procedure wel voldoen aan de eisen van zowel de SMB-richtlijn (grondslag voor de planMER), als aan de M.e.r.-richtlijn (grondslag voor de project-m.e.r.). En dat verschilt vooral als het gaat om de vraag wanneer sprake is van aanzienlijke milieu-effecten (bijlage II SMB-richtlijn en bijlage III M.e.r.-richtlijn).

Het is twijfelachtig of onze huidige gecombineerde procedure aan de eisen van beide richtlijnen voldoet. In artikel 14.4b Wet milieubeheer is nu alleen bepaald dat de procedure van de project-m.e.r. moet worden gevolgd. De planMER-eisen kun je naast je neerleggen.

De wetgever heeft deze fout ook opgemerkt. Er wordt nu aan artikel 14.4b Wet milieubeheer gesleuteld (wetswijziging: TK 2010-2011, 32 828, nr. 2, p. 4).

Straks verwijst dit artikel naar beide richtlijnen, zodat de gecombineerde plan/project-m.e.r.-procedure dan wel voldoet aan de eisen die we in Europa hebben afgesproken.

Bron: Hof van Justitie 22 september 2011, nr. C-295/10 , JM 2011/128, noot (november 2011)

Frank HabrakenOnze gecombineerde plan/project-m.e.r.-procedure in de Wet milieubeheer is (nog) in strijd met Europees recht